Mijntje lacht, Mijntje huilt

  • Mooie samenvatting van het weblog van een gevoelige dertiger die soms nog een kind is en veel te leren heeft. Mijn leven gaat op en neer, tot nu toe meer neer dan op, maar ik probeer mijn gevoel voor humor te behouden. Dat is onmisbaar voor me, want ik kom wel eens in vreemde of gevaarlijke situaties terecht. Maar hey, hoe erger de ervaring, hoe beter de anekdote!

    Op deze plek lucht ik mijn hart en hersenspinsels.

    Liefs, Marijne.

Knapzak

  • May beauty be before me. May beauty be behind me. May beauty be above me.
    May beauty be below me.
    May beauty be all around me.

't Blognootje

  • droogt rommel

    Bevrijdiging

    Kerstmis ik als kiespijn

    Als het kalf dronken is, verdenkt men de put

    Ketjap manisch

    Mental clock

    Nordic Stalking

    "Kop of munt, lekker ding?"
    "Kop, stoot."

    Soms heb ik last van carpale tunnelvisie

    Mijn Borderline collie drijft me tot het uíterste!

    Het is rood en een beetje tipsy - een sherry tomaatje
    Het is rood en de BOB
    - een TomTomaatje

    Ik ben aan het eind van m’n Latijn, dus ik ga verder in Oud-Grieks

    "Hey, Superman!"
    the vampire quipped, "come see my crypt tonight!"

    Bruise Lee

    "Melk is goed voor elk," behalve dan die melk van soa-bonen

    Sexshop
    "Spleetvermaak"

    Restaurant
    "Chez L'eetvermaak"

    De Negerhut van oom Tom-Tom bleek gemakkelijk te vinden

    Hoe meer steekjes er bij je loszitten, hoe meer je wordt genaaid

    Mijn vriend heeft last van lidteken

    Met de sleur in huis vallen

    Humordenaar

    Gironimo
    The Last of the Bankers

    Absint
    Sinterklaas met waanzinnige buikspieren

    Goed heilig, man!

    Meestal laat ik dat soort moderniteiten langs me heen gaan, maar zo'n aai-pot lijkt me wel gezellig

    Hij was de lul, dagelijks was hij in de gevangenis het anusje van alles

    Zelfs pot verwijt ketel

    Pensioengat
    Oma-slip met open kruis

    Een stootkussen is iets anders dan een stoot kussen

    Jetslet

    I'm wearing my lawsuit

    Feel me up, Scotty!

    I hate musky toes

    Major Jugs & Private Parts

    Privékok, is dat hetzelfde als private dick?

    Silly Cunt Valley
    Plaats in Amerika waar rare dozen wonen.

    Silicont
    Achterwerk met siliconen.

    Banzaiboompje
    Bonzaiboompje dat terugvecht als je het probeert te snoeien.

    Let me have a crack addict.

    Vlindernissen

Boekvoer

  • Nick Robinson: Origami
  • Bhagwan Shree Rajneesh: Totdat je sterft
  • Jeff Foster: life without a centre
  • Anthony De Mello: Awareness
web-log.nl, powered by TypePad

zaterdag 30 januari 2010

Mooie plaatjes

Het is vandaag weer volle maan. Dat zorgt voor de nodige chagrijnigheid, maar ook voor mooie plaatjes. Het heeft alweer gesneeuwd in Assen, en ik word er behoorlijk moe van, maar het kanaal is als een sprookjeslandschap. Het vroor een beetje en de sneeuw had precies de goede crunch factor. Het kraakte onder m’n schoenen en het bevroren kanaal lichtte op in het donker. Een rivier van melk onder een stralende volle maan. Net een sprookje.
Of een achtergrond voor een vampierverhaal. Zoals in Buffy The Vampire Slayer.
Ik heb de hele serie van Buffy The Vampire Slayer gekocht en ben in rap tempo alle afleveringen aan het bekijken. Het is een juweel van een serie. Zoveel creativiteit, intelligentie en humor en mensenkennis. De mensen die dat soort dingen kunnen maken en bedenken, zijn voorbeelden voor mij. Als je de audiocommentaren hoort, begrijp je pas hoeveel werk en inzicht eraan te pas komt om een goede aflevering van een tv-serie in elkaar te zetten.
LOST bijvoorbeeld begint volgende week weer, en daar heb ik heel veel zin in, want dat vind ik één van de beste series ooit. Dat zit zo ingenieus in elkaar dat het talent en de creativiteit gewoon van het scherm spatten.
En de mooie kerels, maar daar zit minder werk in.
Het zijn creatieve mensen die dit maken, soms onzekere mensen met gevoel voor humor, met inzicht in menselijke gedragingen, onzekerheden, relaties. Mensen met een bepaalde onschuld. Mensen die ik begrijp en waar ik me in herken.
Sommige afleveringen van Buffy zijn echte pareltjes, bewegende schilderijen. Vooral de afleveringen geschreven door Joss Whedon, creatieve god, koning van de quotes. Sommige afleveringen zijn zo mooi gemaakt dat ik alleen maar vol bewondering kan kijken.
Soms is het levensecht; reacties, gevoelens, vooral wanneer er iemand in de serie sterft, is het hartverscheurend menselijk. Andere episodes zijn sprookjesachtig, maar alles heeft zin en betekenis. Iedere aflevering is een stukje van een grotere puzzel. Dat zie je vooral duidelijk bij LOST.
Als je kijkt, begrijp je nog niet waar sommige verhaallijnen goed voor zijn, waar ze naartoe leiden. Pas als het hele plaatje zich ontvouwt en de meeste puzzelstukjes op hun plaats liggen, begin je te snappen waar andere stukjes thuishoren. De minder leuke stukjes bijvoorbeeld, of de minder belangrijke, tenminste, dat dacht je toen je zo’n aflevering voor het eerst zag.
In het grote geheel is ieder stukje belangrijk, en dat soort kennis komt meestal pas achteraf.
Of, als je er goed naar zoekt en de tijd neemt, kun je er ook al glimpen van opvangen terwijl het verhaal zich aan het ontvouwen is. Vooral bij LOST-fans is het een sport geworden om hints en aanwijzingen te interpreteren en te proberen het verloop van de gebeurtenissen te voorspellen. De schrijvers op hun beurt geven af en toe een kleine hint, een verwijzing naar de toekomst. Het is één groot spel.
Soms kunnen we raden waar het verhaal heen gaat, soms kunnen we alleen maar afwachten en erop vertrouwen dat de schrijvers weten wat ze doen en dat het goed is. We zijn allemaal een stukje van de puzzel, personages in een sprookjesboek. Alles is deel van het verhaal. Een slechte bui een sneeuwbui een volle maan.

Voorleesversie

zaterdag 16 januari 2010

Ja, ik wil

Mijn inspiratie zit vast in de modder. Het is slecht weer in m’n hoofd en dus ook op papier. De laatste dagen heb ik doorgebracht onder de donkere wolken van m’n eigen onweersbui, en nu gaat alles traag en zwaar.
Dat zijn van die golfbewegingen; dagenlang loop ik met een kolkende woede vanbinnen, die langzaam overgaat in verdriet tot ik de ogen uit m’n kop jank. Als dat eenmaal is gebeurd, volgen er vervelende dagen en daar zit ik nu in. Afzondering is verstandig, chocola in huis hebben… niet.
Ik heb een ontdekking gedaan. Dinsdag had ik een gesprek met mijn kaboutervrouwtje, zo ziet ze eruit en dat bedoel ik op de meest positieve manier, maar ik bedoel dus een psychologe. Ze laat me praten en luistert, een hele ervaring op zich, iemand die geïnteresseerd naar je luistert. Voor mij is het een goede manier om mijn gedachten te ordenen en tot inzichten te komen, net als bij het schrijven.
Ik vertelde haar dat ik alleen nog doe wat ik wil, en dat dat nieuw voor me is.
Bij de Radiohut heb ik iemand anders geleerd hoe ze de activiteitenagenda moet samenstellen, en nu houd ik me alleen nog met het nieuws bezig. Twee middagen in de week bewerk ik nieuwsberichten, en lees ik ze voor met een dikke microfoon in mijn gezicht. Daarna kijk ik mee terwijl een van de oude rotten het audio fragment bewerkt, knipt, versterkt en op de goede plek zet - meestal vlak voor de uitzending begint, want het nieuws komt pas op het laatste moment binnen.
Als het binnenkomt, zetten twee mensen het nieuws in een kladblok bestand en ik zet de berichten over in een document, bewerk ze en herschrijf ze tot er korte, krachtige nieuwsberichten staan die ik met relatief gemak uit kan spreken. Want er zitten nogal eens rottige afkortingen of namen in.
Ik vind dit erg leuk. Ik had het nooit gedacht. En dat komt allemaal door Pieter en zijn programma.
Wat voor mij belangrijk is, is dat ik nu alleen doe waar ik plezier in heb, en wat ik ook nog kan doen zonder last van mijn rug te krijgen. Het is zo’n vreemde gewaarwording om iets te doen wat alleen maar leuk is en voldoening geeft, en waarvan ook nog wordt gezegd dat ik er talent voor heb. Het was zo’n lightbulb moment, er klikte iets.
Het tweede voorval waar ik het kaboutervrouwtje over vertelde was de ex die weer contact met me wilde, na jaren van stilte. Hij wilde wel een Reiki behandeling van me en in ruil kon ik van hem een massage krijgen, aardig he? Toen ik het smsje las, kreeg ik er al zo’n zwaar gevoel bij.
In een bericht dat hij insprak, zei hij dat hij ons contact wilde vernieuwen, en mijn eerste reactie was “hè moet dat nou.” De tweede reactie kwam daarna, toen ik de eerste duidelijk zag: “nee, dat moet helemaal niet.” Ik ben hem niets verplicht. Maar de eerste impuls was om mee te gaan in iets waar ik totaal geen zin in had.
Na een paar dagen heb ik hem een keurig smsje gestuurd waarin ik meldde dat ik het contact niet wil vernieuwen. Dat wat wij hadden in het verleden ligt en dat ik het daar graag wil houden. Twee keer het werkwoord ‘willen’ gebruikt, wauw! Ik heb iets te willen! Ik heb recht op een eigen mening en voorkeur! Ja, vrij normaal zou je zeggen, maar voor mij is dit iets nieuws. Iets dat naar meer smaakt.
En van deze ontwikkeling ben ik nu de rommel aan het opruimen, so to speak, ieder proces laat een spoor van oude patronen en redeneringen achter. Ik ben mezelf aan het herprogrammeren. Het gaat erg langzaam, maar het is zo de moeite waard.
Nou, dat is alles wat ik te zeggen heb, en ik heb geen zin om er een mooi einde aan te breien, dus hier laat ik het bij. Omdat ik dat wil.

Voorleesversie

zaterdag 9 januari 2010

Welkom in de IJstijd

Nieuw jaar, nieuwe ronde, nieuwe kansen. Welkom in de IJstijd. Hoe zou ik het met goed fatsoen ergens anders over kunnen hebben dan over het weer? Ik ben nog steeds aan het ontdooien van een lange voettocht. Een heroïsche expeditie door het barre ijslandschap van een provinciehoofdstad, op zoek naar de heilige graal; een elektrische deken. Die wilde ik op tijd in huis hebben voor het voorspelde diepvriesweekend begon.
De kou heeft ook mijn leven beheerst de laatste weken; als voetganger, fietser en treingebruiker met familie aan de andere kant van het land. Perrons, niet afgeschermd voor de ijzige wind, waarop ik een half uur op de trein moest wachten, waarna ik niet meer warm kon worden. Het stadje Enkhuizen, mijn home-town, dat er prachtig en pittoresk uitzag in de sneeuw, en vooral het Zuiderzeemuseum, waar het stil was, koud en schitterend.
Met mijn mobieltje heb ik een hele berg foto’s gemaakt, want zolang ik mooie sneeuwfoto’s kan maken, hoor je mij niet klagen. Ik ben ook positief verrast door de kwaliteit van m’n telefoontje. De batterij was erg snel leeg in de vrieskou, maar het arme ding heeft toch maar mooi een duik in de wc-pot overleefd.
Het telefoontje gleed uit m’n achterzak zo de pot in en ging kopje onder. Gelukkig voordat ik… naar de wc was geweest. Als een stukje wrakhout kwam het nog één keer boven voor het naar de bodem zonk. Het schermpje ging op zwart, en het laatste teken van leven was een aan en uit knipperend blauw lichtje aan de zijkant.
M’n moeder verbaasde zich erover dat ik niet kwaad was, of sacherijnig, maar ik voelde alleen een geamuseerde nieuwsgierigheid, terwijl er toch veel mooie foto’s op stonden. Voor de foto’s van bevroren riet met ijspegels was ik zelfs met gevaar voor eigen botten over beijzelde rotsblokken geklauterd, bij de vuurtoren aan het uiterste puntje van de haven.
Toch, geen dramatische reactie.
Dat wil niet zeggen dat ik het telefoontje niet met zorg heb behandeld.
De losse onderdeeltjes droogde ik af en legde ik daarna in een slof op de verwarming. De volgende dag deed ie het weer! Kwaliteit, mensen.
Okay, de kou heb ik gehad, nu nog wat veranderingetjes.
Ik doe aan Twitter! Wat een onzin, dacht ik eerst, tot ik besefte dat het een vorm van gratis sms’en is, en daar zie ik het nut wel van in. Verder ben ik twee keer naar de kapper geweest, of moet ik zeggen slager? Mijn haar wás lang en blond, nu is het kort en donkerbruin. Misschien niet zo handig met die kou, maar ik was ernstig toe aan een drastische verandering.
Na het knippen lagen er zulke lange lokken haar op de grond dat ik wel kon janken, maar dat ging snel over. Ik heb me beheerst en geen pluk haar meegenomen om ritueel te begraven.
Mijn eerste indruk van mezelf toen ik met rode wangen thuiskwam na het laatste kappersbezoek, was dat ik op een mollige Sneeuwwitje leek. En nu vind ik het gewoon leuk, want ik hoef er niets aan te doen. Beetje wax erin en de wind laten beslissen hoe mijn haar zit.
Nou, dat is wel weer genoeg voor vandaag. Het is hier nog steeds koud, maar nu heb ik iets om naar uit te kijken als ik naar bed ga: een tweepersoons elektrische deken, knisperig voorverwarmd, heerlijk! Ik wens iedereen een voorzichtig weekend met veel warme chocomel.

Voorleesversie

zaterdag 19 december 2009

Doei!

Dit is alweer het laatste audiolog van 2009. Ik schrijf het ingekapseld in een wollen deken op de bank; het is erg, erg koud in Assen. Er rijden op dit moment geen bussen, bijna geen treinen en het is een gevaarlijke onderneming om ergens op de fiets te komen.
Vanochtend heerste er een vreemde stilte toen ik wakker werd. Het slaapkamerraam in de schuine wand was bedekt met een dikke laag sneeuw, en toen ik het raam met enige moeite open brak, hingen er ijspegels aan. De tuin zag er sprookjesachtig uit, hoor, daar niet van, maar wat een pain in the ass al die sneeuw en gladheid. Volgende week stap ik op goed geluk in de trein en dan hoop ik maar op de plaats van bestemming te komen, om kerst en oudjaar met m’n familie door te brengen.
Het is het eind van het jaar, dus misschien zou ik een lijstje kunnen maken, een overzichtje van 2009 en goede voornemens voor 2010, maar daar heb ik geen zin in. Hebben jullie even geluk!
Het enige dat ik kwijt wil over 2009, is dat het een afwisselend en spannend jaar voor me was, waarin er op het gebied van zelfontwikkeling zich veel heeft eh… ontwikkeld. Ik zal je niet vervelen met details. Deze keer heb ik ook geen goede voornemens, want waar het uiteindelijk toch weer op neerkomt, is dat ik doe wat m’n hart me ingeeft, en dat is moeilijk en eenvoudig tegelijkertijd, want inmiddels kan en wil ik niet anders. We zien wel wat er gebeurt. Ik ga gewoon verder met Ontwaken in verschillende niveaus en smaken.
In the meantime word ik een beetje kriegel van al die kerstliedjes op de radio. Is dat nou echt nodig? Ik bedoel, een paar, zo af en toe, dat is nog wel aardig, en vooral dat nummer met die kikkers maakt een sentimenteel wrak van me - We All Stand Together heet het geloof ik - maar aan die constante stroom van belletjes, rendieren en Mariah Carey heb ik geen behoefte.
Misschien heeft mijn kerstgevoel wat te lijden gehad door bepaalde slechte ervaringen met de kerst, en ik zal er niet te veel over zeuren. Kerst betekent voor mij op dit moment voornamelijk Het Glazen Huis, the ultimate Big Brother experience, heerlijk! En heel verslavend.
Ook leuk is het om op TV de DJ’s te zien honger lijden, terwijl je zelf op de bank zit met een mandje oliebollen en kerstkransjes, en poedersuiker als een dun laagje sneeuw over je gezicht en kleren.
God wat heb ik het koud. Ik heb de laptop op schoot en die geeft gelukkig een beetje warmte af, maar ik zit hier gewoon te rillen! De oven staat in de woonkamer, dus die zet ik zo aan, dan wordt het hier lekker warm. Nog een beker hete chocolademelk en dan ga ik het ijs van de schuurdeur krabben, want die wil niet meer dicht.
Als de sneeuw blijft liggen, ga ik morgen de buurtkinderen trainen zodat ze voor de slee kunnen. Het is nu te koud om na te denken, dus ik heb geen lijstjes, geen goede voornemens en geen wijze woorden om het jaar passend mee af te sluiten. Behalve dan het advies dat je de kinderen achter elkaar moet vastbinden; als je ze naast elkaar voor de slee laat rennen, raken de lijnen verstrikt.
Ik wens iedereen een fijne, warme kerst, gestroomlijnde spoorwegen, elastische broekbanden en een mooie Oudejaarsavond. Gelukkig Nieuwjaar en tot 2010!

Voorleesversie

zaterdag 5 december 2009

Vingers en ballen

Mijn fysiotherapeut stak zijn middelvinger op bij onze laatste afspraak. Om precies te zijn stak hij beide middelvingers op. Maar niet naar mij hoor, naar zijn opleiding. Evengoed was het een eh… aparte gewaarwording.
En een eye opener voor mij. Hij heeft met zijn kennis en ervaring wel wat geloofwaardigheid bij me opgebouwd. Van hem zal ik sneller iets aannemen dan van een ander.
We hadden het over rechtop lopen, wie kent het niet. Wie heeft het nooit gehoord; “Schouders naar achteren!” “Rug recht!” “Kijk omhoog, Sammy.”
Of in mijn geval: “Hoofd intrekken, voor je uit kijken, bekken kantelen, iets meer op de buitenkant van je voeten staan, buikspieren aantrekken, je passen goed articuleren, niet sloffen dus, doe alsof er een draadje aan je kruin zit.” Dikke middelvingers naar alle adviezen!
Tijdens een wandeling was ik zo bezig met lopen zoals het hoort, dat ik zelfs van lopen niks meer bakte, wat een stress! Dat hoort toch helemaal niet bij een wandeling. “Laat je lichaam het maar lekker zelf uitvogelen.” Zei mijn favoriete fysiotherapeut.
Want hij denkt dat ik dat nu wel kan, dat ik nu op een punt ben waarop dat advies meer nut heeft dan al die verschillende aanwijzingen. Laat die natuurlijke balans het maar uitzoeken, dan komt het best in orde. Mijn god. En dat te horen van iemand die op zijn opleiding heeft geleerd dat rechtop lopen zaligmakend is.
Grappig, dat ik zo veel naar mijn intuïtie luister, maar op het gebied van mijn lichaam nog steeds eerder geneigd ben anderen te geloven dan mezelf. Waarom zou hun expertise meer waarde hebben voor mijn lichaam? Het is toch mijn lichaam? Ik weet hoe het voelt. Zij niet.
Het was weer een bevestiging dat geleerde mensen ook niet alles weten en dat ieder mens anders is en anders reageert.
De hele afspraak met de fysiotherapeut bracht ik door op een grote skippybal; heen en weer glijden, bijna vallen, balans opzoeken, heel aangenaam. Ik vertelde hem over de verjaardag van mijn neefje en hoe we die hadden doorgebracht in de ballenbak. Hoe ik met mijn nichtje drie keer het piratenschip was rond geklommen, over touwen, kussens. Hoe lekker dat was.
Het liefste zou ik een abonnement op zoiets hebben, maar ik ben bang dat ze raar staan te kijken als je als volwassene enthousiast gaat rondkruipen tussen de kleuters, voor je lichaamsbeweging. Maar wat zou ik dat heerlijk vinden! Je gebruikt al je spieren! En het is nog leuk ook. Lekker klimmen en klauteren, zonder touwen en klimspul zoals bij een officiële klimmuur. Een grotemensenballenbak, ben ik helemaal voor.
Hoeft niemand meer van die saaie oefeningen te doen, want dat zei Fysiotherapeut ook; hij raadde mensen oefeningen aan, die hij zelf niet zou doen. Ja...
Het is toch anders om zoiets te horen van iemand die er door zijn werk verstand van heeft, en aan wie ik kan zien dat hij niet uit zijn nek zit te kletsen. Dus… ik zoek het lekker zelf uit. Geen oefeningen meer. Van nu af aan maakt mijn lichaam de dienst uit. Als hij denkt dat ik er klaar voor ben, durf ik dat van hem aan te nemen.

Dat was het, ik heb verder niets over Sinterklaas te melden, maar ik wens iedereen een heerlijk avondje en een ontspannen weekend!

Voorleesversie

zaterdag 21 november 2009

The End

Deze week stond voor mij in het thema van de dood. Angst voor de dood, bevriend raken met het feit van je eigen sterfelijkheid, de dood van een familielid en het sterven van oude gedragspatronen. Misschien geen gezellig thema voor de zaterdagochtend, maar wel iets waar iedereen mee te maken krijgt, vroeg of laat.
Veel verschillende angsten zijn terug te leiden naar die ene angst voor de dood, soms met gevolg dat iemand niet durft te leven, zich krampachtig vastklampt aan het uiterlijke leven, en heel hard de andere kant op kijkt wanneer de dood ter sprake komt of zich laat zien.
Ik ben veel bezig met zelfontwikkeling, met het analyseren van angsten en oude emoties, en daar is veel eerlijkheid voor nodig. Dat kan best eng zijn. Het is opvallend hoe bedreven mensen erin zijn om iets overduidelijks over het hoofd te zien; de kracht van ontkenning. Hoe eerlijker en oprechter ik word in mijn zelfanalyses, hoe vrijer ik me ga voelen.
Het is een proces met verschillende fasen, en de laatste tijd ben ik weer bezig met het thema Vertrouwen, overgave. Dan stel ik mezelf de vraag: wat houdt mij tegen om nu, op dit moment, mijn leven en het proces waar ik in zit over te dragen aan de intelligentie van het universum. Dan komen er vanzelf antwoorden en zo ontstaat er een dialoog tussen dat deel van mij dat in gedeeltelijke onbewustheid leeft, met haar kop half in de mist, en dat deel dat overzicht heeft, over alle aspecten van mijn leven. Dat zorgt soms voor onverwachte inzichten.
Een deelthema was de dood. Je eigen dood tot vriend maken, eraan gewend raken, eraan denken. Zaterdag maakte ik een wandeling langs het kanaal en oefende ik mijn dood. Ik probeerde me er bewust van te zijn dat ik ieder moment kon sterven en stelde me verschillende mogelijkheden voor.
Eens kijken, ik zou kunnen uitglijden over die rotte bladerenmassa daar, dan met mijn hoofd tegen dat paaltje terechtkomen, en dan in het kanaal vallen en verdrinken. Of er breekt een grote tak af van een boom langs het pad, en die tak verplettert me. Zo stelde ik me tientallen scenario’s voor, en het voelde okay. Mijn angst voor de dood is al een tijd aan het afnemen, niet omdat ik graag dood wil en niet meer wil leven, maar juist omdat ik steeds meer in het leven ben. En dat komt door dit proces. Oude delen van mij sterven en vallen als herfstbladeren van me af. Er komt ruimte vrij voor leven, voor vernieuwing.
Zaterdag oefende ik mijn dood, zondag hoorde ik dat mijn opa was overleden. Mijn laatste grootouder, op de leeftijd van 92 jaar.
De avond voor de crematie deed ik voor het slapen mijn radiootje aan, en bleek er op 3FM een thema avond over de dood te zijn, over het verliezen van dierbaren, en er werden liedjes gedraaid die luisteraars op hun uitvaart zouden willen. Ik vond het mooi. Ik werd er niet bang van, maar rustig. De dood is een zekerheid, die schoonheid en intensiteit aan het leven verleent. Als je erbij stil durft te staan.
Na de crematie had ik nog een lange reis terug, en toen ik ’s avonds laat van het station naar huis fietste en zag hoe helder het was, besloot ik nog even langs het kanaal te lopen. Tijdens de wandeling stond ik af en toe stil om te staren naar de sterren die tussen de kale takken flonkerden. Naar die sterrenhemel die er altijd is, en mensen overal met elkaar verbindt.
Dood en levend.

Voorleesversie

zondag 15 november 2009

Traditie

Het is weer donker, nat en guur. Sint Maarten is nog maar net achter de rug of Sinterklaas komt alweer binnenvaren. In Assen tenminste, ik weet niet of de Goedheiligman overal op dezelfde dag aankomt. Is de Sint weg, dan staat de Kerstman klaar. Zelfs als je alleen de deur uitkomt om boodschappen te doen, kun je aan de schappen in de supermarkten zien welke maand van het jaar het is.
Voor Sint Maarten had ik een grote schaal vol minireepjes naast de deur gezet, en het licht in de keuken en de hal aangedaan; kinderen komen sowieso zelden deze doodlopende straat in en je moet flink adverteren voor ze aan je deur komen. Ik ben niet veeleisend, al komt er maar één guppy aan de deur, mijn avond is goed.
Deze keer waren het twee meisjes, er was geen ouder te bekennen, terwijl het toch donker was en een beetje guur. De meisjes zongen een liedje, droegen zelfgemaakte lampionnen van papier en hadden pijn in hun schouders van de zware, uitpuilende tassen die ze meedroegen. Goeie oogst. Ze mochten ieder twee of drie zoetigheden uit de schaal pakken, omdat ik vermoedde dat ze niet alleen de eersten maar ook de laatsten van de avond zouden zijn.
Ze waren netjes en bescheiden, en eigenlijk had ik ze de hele inhoud van de schaal wel willen geven, maar ze hadden al zoveel suikertroep en het is toch zonde van die schattige kindergebitjes.
Het overgebleven Sint Maartensnoep heb ik, zoals traditie is, eerst in huis gehouden om mezelf te testen; één keer daags iets lekkers, maar niet meer. Nou, dat lukte dus voor geen meter, zoals ook traditie is, en dus heb ik het overgrote deel van het chocoladespul gedoneerd aan de koektrommel in de kantine van de Radiohut.
Wat een rommel wordt er verkocht. In de keuken heb ik inmiddels ook twee Sneeuwwitjes staan, een boswachter, een lelijk oud wijf en twee dwergen, want die krijg je bij de Albert Heijn bij je boodschappen.
Laten ze ‘t eens anders doen; lever gebruikt speelgoed in bij de kassa en je krijgt een euro korting op je boodschappen, zoiets. En het speelgoed is weliswaar gebruikt maar niet oud, want tegenwoordig krijgen kinderen zoveel spullen over zich heen gestort dat ze er een paar keer mee spelen en het dan in de hoek gooien, op naar het volgende speeltje.
Het ingeleverde speelgoed kan dan weer mooi uitgedeeld worden in bijvoorbeeld Roemeense weeshuizen, die zijn toch populair? Kinderen blij, klanten een goed gevoel over zichzelf zo vlak voor de kerstperiode, kunnen ze daarna weer ongegeneerd nog meer rotzooi kopen, en de supermarkt een blinkend weldoenerimago; die euro’s korting halen ze wel weer in door prijsverhogingen.
Ik ben al dat moeten kopen zat, geld uitgeven dat er niet is, op vaste data gezelligheid en suiker. Ik val hier vast in herhaling, maar wat als we onze eigen bijzondere dagen kiezen en vieren? Dan worden we niet overspoeld door troep in de supermarkt en dan hoeven we niet verplicht kadootjes te kopen omdat de kalender dat voorschrijft. Ik wil kadootjes kopen en geven wanneer ik daar zin in heb, ik wil niet opgeprikt en netjes aangekleed aan tafel zitten met de kerst, ik zet wel een kaarsje op en steek een DVD aan, of andersom.
Dat het op 31 december de laatste dag van het jaar is, daar wil ik me nog wel aan houden. Oudejaarsavond in m’n eentje, dat voelt echt sneu. Maar de rest van de verplichte feestdagen… nee hoor, dank je feestelijk.

Voorleesversie

zondag 25 oktober 2009

De Radiohut

Vrijdagavond, onderweg naar huis, dacht ik aan de serie The Office, aan hoe er zo’n typisch wereldje ontstaat als mensen lang met elkaar op dezelfde plek werken. Hoe ze routines ontwikkelen en manieren vinden om met elkaar om te gaan en met elkaars eigenaardigheden. Ik vond het een erg leuke serie.
Ik fietste via dezelfde route als altijd op de terugweg van de Radiohut - zoals ik het stekkie van RTV Assen noem. Het clubje vrijwilligers en radiofanaten is als een kledingstuk dat steeds lekkerder gaat zitten, naarmate ik het vaker draag.
De Radiohut is onze versie van The Office, ons wereldje, met zijn eigen gevleugelde uitspraken, zoals die van de technicus voordat hij achter het mengpaneel schuift:”Dames en heren? Er mag gedanst worden!”
Dan is er één van de oude rotten in het vak, die mopperend door de gang loopt voordat hij een kant-en-klaarmaaltijd in de magnetron zet.
Het constante gemopper wordt hem vergeven omdat iedereen doorheeft dat bij die grote mond een klein hartje hoort. Ik ben vast niet de enige die zich afvraagt of hij eigenlijk wel ergens woont. Het was zijn idee om een bank in de kantine te zetten waar je heerlijk in wegzakt.
De andere oude rot, die vaak bij mij langskomt als hij ergens een stomme spelfout heeft gezien, omdat hij mijn liefde voor taal deelt. Waarna het gesprek steevast belandt bij het Groene Boekje om te eindigen met het eensgezinde besluit dat het toch echt panNEkoeken moet zijn; je gebruikt maar één pan!
Dan is daar is onze weerknul, die donderdagochtend zijn debuut op 3FM had, bij Giel Beelen in de uitzending, omdat Steyn de jongste weerman van Nederland is. Op donderdagen doe ik het nieuws en afgelopen donderdag begon het nieuws daarom met het heuglijke bericht over Steyn’s 3FM avontuur. 
Op vrijdagen, tijdens de uitzending, rol ik een stoel uit de kantine naar het rommelhok van de nieuwsredacteur. Niemand kijkt er meer van op, dat ik op vrijdagen in dat rommelhok één van mijn collega’s een Reiki-behandeling geef, en ons bevalt het prima.
Na afloop komen we heerlijk ontspannen, en een beetje suf, naar de kantine voor een glas water, want dat hoort erbij. Na een Reiki-behandeling even wat extra vocht naar binnen.
Deze collega met de koude handen komt mij altijd vragen of ik een ‘bakske’ thee wil. Al minstens een jaar komt hij me iedere middag trouw een kop thee of koffie brengen, en op een gegeven moment was de routine dat hij zo zacht mogelijk het hok binnen liep waar ik met mijn rug naar de deur achter een computer zit. Heeel voorzichtig zette hij dan de kop naast me op het bureau, en als de missie geslaagd was, kreeg ik bijna een hartverzakking omdat hij ineens naast me stond.
Dus was ik op mijn hoede als ik dacht dat het ongeveer Thee Tijd was, en probeerde ik m’n oren open te houden voor geluiden op de gang. Na een tijdje verslapte mijn waakzaamheid, want ik had natuurlijk ook nog werk te doen, waar ik mijn aandacht bij moest houden.
En ja hoor, dan sloop hij weer tot vlak bij mijn stoel en probeerde ik te verbergen hoe erg ik schrok. Soms mislukte zijn missie; dan hoorde ik steelse geluiden, en wuifde ik met mijn hand, zonder me om te draaien.
De routines van de Radiohut. RTV Assen - The Office.

Voorleesversie

zaterdag 17 oktober 2009

Zacht

In India begint vandaag Diwali, oftewel het Lichtjesfeest. Overal worden lichtjes aangestoken, dat moet een prachtig gezicht zijn. Het meerdaagse feest staat voor de symbolische overwinning van het goede over het kwade, van het licht over de duisternis, en de overwinning van gelukzaligheid over onwetendheid. Maar ik vind het idee van al die lichtjes gewoon heel mooi. Zeker nu het weer hier zo somber en stormachtig begint te worden.
In mijn huis houd ik ook van veel zachte lichtjes in plaats van één felle plafondlamp. Het zorgt voor een knusse, warme sfeer, wat extra fijn is met die rondvliegende bladeren buiten, de stormwind door de bomen, en de voorovergebogen fietsers, waarvan ik er meestal eentje ben, als ik van de radiohut terug fiets naar huis.
Laatst heb ik ook weer eens anijs gekocht, om in een beker warme melk te doen ’s avonds. Heel Hollands, en winters, en knus.
Ik probeer mijn thuisomgeving zo aangenaam mogelijk te maken, want ik ben weer veel aan het kluizenaren de laatste tijd. Na een spectaculaire val heb ik iets gescheurd in mijn voet, waardoor ik al een tijd niet heb getraind en gewandeld. Wandelen gaat inmiddels weer, maar met andere bewegingen doe ik voorzichtig, omdat het snel te veel is en de pijn verergert.
Als er zoiets gebeurt, probeer ik er op een andere manier naar te kijken; ik heb mijn voet bezeerd, dus misschien moet ik even pas op de plaats maken. En dus breng ik weer veel tijd in mijn huis door, in mijn bed en op mijn bank. Met muziek, televisie en boeken.
Ware verhalen van mensen die ongelofelijk slechte omstandigheden te boven komen en na veel worstelingen en frustraties een transformatie ondergaan, lichtende voorbeelden voor mensen die in het donker verkeren.
Langzaamaan begin ik veilige plekken voor mezelf te creëren – thuis, ondanks de terugkomst van de buren, bij mijn contactpersoon van de Sociale Dienst, die me iedere keer weer aan het huilen krijgt met zijn vriendelijke opmerkingen omdat hij het zo warm en oprecht meent, en bij mijn fysiotherapeut, die ik al een tijdje ken. Bij hem kan ik mezelf zijn, de persoon onder het ‘alles is prima’-masker.
Er gaan nog steeds allerlei alarmbellen rinkelen wanneer ik me openstel, maar er zijn kleine, lichte momenten dat ik mezelf zacht voel worden, dan smelt de weerstand en kan ik op een ontvankelijke manier aanwezig zijn.
Dat is allemaal heel nieuw voor me. Meestal probeer ik één van de kerels te zijn, one of the guys. Met bijbehorend sarcasme en slechte grappen.
Oké, de flauwe grappen zal ik wel blijven maken, want die horen bij me, maar die harde kant die me altijd heeft beschermd tegen afwijzing en veroordeling begint nu af en toe zomaar ineens te smelten.
Het is eng want ik voel me kwetsbaar op zo’n moment, maar daarom oefen ik op veilige plekken, bij veilige mensen. Als alles goed gaat, komt daar over drie weken nog eentje bij, in de vorm van een psycholoog.
Ik ga met de seizoenen mee. De herfst en winter gebruik ik om in mezelf te keren, nog meer dan gewoonlijk, en dingen uit te werken, zodat ik in de lente vernieuwd en veranderd naar buiten kan komen.
Wie lang in de duisternis heeft geleefd, waardeert het licht als geen ander. Als hij tenminste wel eerst zijn ogen aan het licht laat wennen.
Vandaag steek ik veel kaarsjes aan, en wens ik iedereen een fijn Diwali.

Voorleesversie

zondag 4 oktober 2009

Jeugdsentiment

"Tjongejongejonge is het al begonnen?
Heb je ook wel eens een leverworst gewonnen?"

Ik kan het niet laten heel eventjes naar de Theo en Thea-marathon te kijken...
Theo en Thea, die een niet onaanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan Zusje's en mijn opvoeding; zinloos geweld, gepoederde pruiken van wc-rollen, en klassieke uitspraken als: "Ik ga die tieten schilderen met pindakaas!!"
Met types als de Baron van Urinoir tot Gevulde Broekhoest, die uitleg geeft over 'baksillen'. Die heb ik dan ook jaren zo genoemd, tot een leraar van de basisschool me lachend verbeterde.

Oh geweldig, een aflevering over de kerk, met non Stop en non Verbaal, ik ga snel weer kijken.

zaterdag 26 september 2009

Rust

Het wordt al aardig koud ’s nachts, en ’s avonds. Het is koud en helder, en ik heb zojuist in mijn tuinstoel gezeten en naar de sterren gekeken. De leuning een beetje achterover, radiootje aan met koptelefoon en een kopje koffie op het metalen tafeltje naast me. Dat is genieten.
Genieten in mijn eigen tuin! Af en toe kwam er een klein kerstboompje achter de kruin van de grote berk langs. Knipperende rode en groene lichtjes, en verder alleen sterren. De maan was maar kort te zien, voor hij achter het tegenoverliggende huizenblok verdween.
Ik geniet van iedere minuut die ik in de tuinstoel doorbreng. Ik was vergeten hoe fijn ik het vind om buiten te zijn.
Twee weken geleden heb ik uren voorovergebogen onkruid uit de grond staan trekken, en met bonzend hart stond ik de coniferen te snoeien, maar gewoon stil in mijn stoeltje zitten en naar de tuin kijken, naar de zacht ruisende blaadjes van de berkenboom en naar de sterren die langzaam verschijnen in de schemering, dat voelt bijzonder. Dat is mooi, dat is leven.
Ik ben dankbaar voor ieder moment. Buurvrouw ook. Het voelt als vakantie in eigen huis; de stilte, de rust. De enige geluiden de vogeltjes, af en toe de verre blaf van een hond en het geschreeuw en gelach van spelende kinderen, als de zon schijnt.
Al een aantal weken word ik uit mezelf wakker, al bijna drie weken verheug ik me als ik naar huis fiets. De laatste drie weken heb ik ruimte en rust gehad om bepaalde zaken uit te werken. Een verschil van dag en nacht. De buren zijn namelijk verdwenen. Al bijna drie zalige weken zijn ze weg.
Geen fladderende en schijtende duiven, geen blaffende of van pijn jankende hond, geen geschreeuw, geraas, getier en afschuwelijke scheldtirades van de buurman. Geen dreunen van deuren of luid storende radiozenders aan in de tuin en geen auto die mijn voortuin afsluit.
Ik kijk niet meer uit het raam voordat ik naar buiten ga, ik loop niet meer op mijn tenen, en ik zit als een oud wijf te genieten in mijn tuinstoel.
Het werd een beetje koud en ik stopte mijn handen in de lange mouwen van mijn wollen trui. Onder de struik vandaan schoot een donkere vlek over het terras, het was de kat van de buurvrouw die even gedag kwam zeggen. Hij duwde zijn kopje tegen mijn voet, rolde aanstellerig over de grond, liep een paar rondjes om mij en de stoel heen en keek nog een laatste keer om voor hij weer onder de struik verdween en mij alleen liet met de sterren.
Toen de buren net weg waren, overwoog ik om een tuinstoel aan te schaffen. Zelfs als ze na een week weer terug kwamen, zou het de moeite waard zijn.
De volgende dag kwam buurvrouw aanzetten met een tuinstoel die ze nog op zolder had liggen, of ik misschien belangstelling had? Nou en of! Leuk hoe dat werkt.
In de vijf jaar dat ik hier woon, zijn de buren nog nooit één volledige dag weggeweest. En nu zijn ze al drie weken weg. Waarom en waar naartoe? Het kan buurvrouw en mij niks schelen, hoewel we natuurlijk hopen dat hun vakantie een permanent trekje aanneemt.
Maar zelfs als ze morgen terugkomen, ben ik tevreden met de rust die ik heb gekregen. Het was heerlijk, een vakantiegevoel in eigen huis en tuin. Wat een vrede.

Voorleesversie

zaterdag 19 september 2009

Raak me aan

Wat kun je doen als je een grote behoefte voelt om aangeraakt te worden en je hebt geen partner, kinderen, huisdieren of leuke homoseksuele buurman waar je een paar platonische aanrakingen mee kunt uitwisselen?
Ik weet zo gauw niet waar die behoefte nou vandaan komt, behalve dan dat ik al een tijd geen vriend heb, maar misschien is het gewoon een kwestie van te lang en te veel alleen zijn, te weinig aangeraakt worden om gezond bij te blijven. Als baby’s kunnen sterven als ze niet worden aangeraakt, zal het wel op mensen van alle leeftijden invloed hebben.
Een massage lijkt me heerlijk, van iemand die er goed in is, en natuurlijk het liefste door een leuke vent, maar de gewone aanrakingen van iemand waar je mee praat, dat is ook al fijn. Er zijn mensen door wie ik helemaal niet aangeraakt wil worden, dus het is niet zo dat ik alleen maar naar de supermarkt hoef om in de rij te gaan staan in de hoop op wat arm- of beencontact.
Sommige mannen hebben die gave om te kunnen aanraken zonder seksuele bedoelingen. Warme, menselijke aanrakingen; een hand op je arm tijdens een gesprek, een kneepje in je schouder om je moed in te spreken, oh en mijn favoriet van lang geleden: een hand in je onderrug bij het oversteken van een straat. Zucht.
Dat is allemaal heel fijn, maar ik wil nog niet aan de man, het is wel eens goed om een tijdje alleen te blijven zonder me meteen in een nieuwe relatie te storten. Maar soms mis ik het heel erg, dat aangeraakt worden. Er heeft zich een tekort opgebouwd. De afgelopen paar jaar ben ik te vaak aangeraakt met agressieve, seksuele en egoïstische bedoelingen, en als dat dan niet zo is, weet ik pas wat ik mis. Zo gaat dat.
Gisteren vertelde ik iemand waar ik om geef, en die om mij geeft, over wat er allemaal is gebeurd de laatste jaren. Ik zag dat het hem raakte en om zijn betrokkenheid te uiten, pakte hij met beide handen mijn knie vast. Later legde hij even zijn hand op mijn arm. Het zijn zulke eenvoudige gebaren, maar als je dat niet in je dagelijks leven hebt, kun je het heel erg gaan missen. Ik mis dat heel erg.
Ik vraag me af of er zoiets bestaat als een escortservice voor knuffelen. Eigenlijk vind ik dat het vergoed moet worden. Met die enorme bedragen die tegenwoordig moeten worden betaald voor een zorgverzekering, en daar bovenop dan nog een eigen bijdrage, zou zoiets essentieels voor een mens als aangeraakt worden in de basisverzekering moeten zitten.
Je kunt praten tot je een ons weegt, maar in mijn ervaring kan één hand op een schouder, een gezicht, een arm, tot de kern doordringen. Een aanraking waarin acceptatie besloten ligt; je bent goed zoals je bent, en ik ben hier, ik hoor je, ik zie je, ik raak je aan. Dat is krachtiger dan al dat gepraat. Iedereen wil toch eigenlijk alleen maar geaccepteerd worden?
Er zou een knuffelhulpdienst moeten bestaan, en als die niet bestaat moet die worden opgericht. Ik zeg het half voor de grap, maar niet helemaal. Aangeraakt worden door een mens die je volledig accepteert zoals je bent, kan genezend werken. En als de nieuwe knuffelstichting een proefpersoon nodig heeft, bied ik me hierbij aan als vrijwilliger.
Dan hoef ik niet meer naar de supermarkt.

Voorleesversie

woensdag 16 september 2009

Boekenkast

Wat zijn de boeken die de essentie van jouw leven het beste beschrijven? Als je er maar een paar kon kiezen, welke boeken zouden dat dan zijn als je rekening hield met stijl, en met het gevoel dat eruit spreekt. En zou het een poëtisch en dramatisch verhaal zijn, of eenvoudig en helder, praktisch en in vastgelegde etappes of schijnbaar dwalend, maar toch altijd naar een ver weggelegen doel?
Een vraag die zomaar in me opborrelde en die ik vervolgens probeerde te beantwoorden, omdat het veel zegt over je leven hoe het nu is, en hoe je zou willen dat het was, over je intenties, doelen en algemene achtergrondgevoel over jouw verhaal op deze aardbol. Wat wil je dat jouw leven zegt?

Ik begon met één boek, zoals gewoonlijk De Alchemist van Paulo Coelho, maar het werden er steeds meer, want oh ja, dat boek belicht deze kanten en dit boek vertelt meer over die karaktertrekken…
Om het overzichtelijk te houden heb ik voor mezelf drie boeken uitgekozen, die ik natuurlijk ook alle drie in de kast heb staan.
“Siddharta” van Hermann Hesse, dat me betoverde toen ik het lang geleden voor mijn Duitse boekenlijst heb gelezen, wat veel zegt over de kwaliteit van het boek, omdat ik normaal gesproken slechte cijfers haalde voor het vak Duits.
“Jonathan Livingston Seagull” van Richard Bach, een boekje dat gemakkelijk over het hoofd te zien is - het was dan ook een hele tijd uit mijn geheugen verdwenen, tot ik het tegenkwam in een stoffige tweedehands boekwinkel en het opnieuw onmiddellijk in mijn hart sloot.
En natuurlijk “De Alchemist”, een boek waar ik vanaf het eerste moment verliefd op was en waarvan ik af en toe een nieuwe uitgave koop gewoon omdat ik er meer van in huis wil hebben, zodat ik het kan lezen in het Nederlands en in het Engels, en om het boek uit te kunnen lenen zonder angst voor ezelsoren in de pagina’s.

Wat de boeken gemeen hebben, is een diepgaand proces van leren en boven jezelf uitstijgen, toewerken naar een innerlijk doel en je daar door niets of niemand vanaf laten brengen, hoeveel tegenslag of tegenwerking je ook ondervindt. Bewustwording, het steeds meer jezelf worden en tegelijkertijd leren loslaten in iets hogers, en de eeuwige worsteling tussen frustratie en vertrouwen.
Vertrouwen in jezelf, in je weg, en in je kompas, intuïtie, innerlijke stem, hoe je het ook wilt noemen, die je leidt op je weg als je maar tijd en ruimte neemt om ernaar te luisteren. Toenemende helderheid en duidelijkheid over waar je heen gaat, helderheid in wat je denkt en doet.
Ik vond het leuk om hierover na te denken, en als ik er zo eens naar kijk, zijn het alle drie boeken die gaan over bestemming, en mijn bestemming… is *Ontwaken.

Een stukje uit “Siddharta” van Hermann Hesse: “En dat alles tezamen, al die stemmen, al die bestemmingen, al dat verlangen, al dat leed, al die vreugde, dat alles tezamen was de stroom van al wat gebeurt, was de muziek van het leven.
En toen Siddharta geconcentreerd naar deze stroom, naar dit duizendstemmige lied luisterde, toen hij geen verdriet of gelach meer hoorde, zijn ziel niet meer aan een bepaalde stem bond, en met zijn Ik daar niet meer in opging, maar alles hoorde, het geheel, slechts oor voor de eenheid had, toen bleek dat grote lied van die duizenden stemmen één woord te zijn, het Om: de voleindiging.”

Voorleesversie

(*Het radioprogramma waar ik mijn audiologs voor schrijf heet "Ontwaacken in alle Smaacken".)

donderdag 10 september 2009

Barend

Hey schoonheid,

Fijn dat jij af en toe een email durft te schrijven met het risico op lang wachten, het wordt echt gewaardeerd hoor, en ook gelezen =:~)
Thuis zit ik nu bijna helemaal niet meer achter de computer, ook nu ben ik bij de radio, en ik weet niet goed meer wat ik op mijn weblog moet/kan schrijven.

Het was op zich wel gezellig met m'n moeder, we hebben 's nachts op een dijkje gelegen met een verrekijker sterren gekeken en ik heb in de zon gelegen op haar balkon, maar we hebben ook bloemen ergens voor de deur gelegd.

Vroeger toen ik klein was woonde er een jongen bij ons in huis omdat zijn moeder zich zo gestoord gedroeg dat mijn moeder, een vriendin van haar, haar had laten opnemen.
Hij heeft ruim een jaar bij ons gewoond, en ondanks dat het er bij ons aan toe ging als in een war zone, zei hij later tegen mijn moeder dat het de enige periode in zijn leven was dat hij zich een beetje normaal had gevoeld.
Als je je bij ons normaal voelde, moet je eigen leven wel heel erg slecht zijn.
Hij was een jaar, of twee, ouder dan ik en ik heb hem altijd een beetje als een broer gezien, hem in de gaten gehouden, hoe het met hem ging op de middelbare school, en later kwam ik hem tegen bij m'n moeder thuis, waar hij af en toe kwam kletsen.
Hij vond mij leuk, maar volgens mij was dat meer omdat ik een band was naar de enige normale tijd in zijn leven.
Het voelde niet goed ondanks dat ik om hem gaf, dus ik hield hem op afstand waarna ik nog een teleurgesteld emailtje met een gedichtje kreeg. Ik vond het wel erg want ik wilde hem wel helpen maar voelde dat het niet kon.

Hij zorgde voor zijn moeder en als het beter ging, vertrok hij weer, waarna zij weer wegzakte in gekte et cetera. Het huis staat 30 meter bij het huis van m'n moeder vandaan, bij de brug. We kwamen er iedere dag langs op weg naar school.
Vijf jaar geleden zei hij tegen m'n moeder dat hij zijn ziel kwijt was, en zo zag hij er ook uit, zei ze tegen me, hij keek als een zombie uit zijn ogen en ze wist dat ze hem niet meer kon helpen.
Nou ja, toen wist ik dat het niet goed zou aflopen, en toen m'n moeder op de eerste dag van m'n bezoek zei dat ze me nog iets ergs moest vertellen, wist ik dat het over hem ging.

Hij heeft zelfmoord gepleegd in het huis van zijn moeder, die al tijden niet meer thuis is maar ergens gek als een deur over straat zwerft. Hij was naar zolder gegaan en had pillen genomen, ik vind het nog zo erg als ik dit schrijf.
Ik flapte er ook uit tegen mijn moeder: als een dier dat zich terugtrekt om te sterven. Ach gut zei ze. Ja.
Later die week kwamen we tijdens een wandeling een vriend van hem tegen die we om meer informatie vroegen, want Barend was niet op internet te vinden, zijn naam niet, niet dat er een lijk gevonden was op dat adres, niks. Ik wilde gedag zeggen en weten waar hij was begraven maar het was zo raar, we konden niets vinden, en ik heb heel wat uurtjes zitten Googlen op de momenten dat m'n moeder niet thuis was.
Die vriend vertelde hoe Barend steeds gekker was geworden, zelf dus ook, en dat hij pas na drie weken was gevonden. Na drie weken op een zolder in de zomer.
Op internet heb ik uitgezocht wat er met een lijk gebeurt, hoe het rottingsproces in zijn werk gaat, want mij helpt het niet om ergens vooral niet aan te denken. Ik heb me erin verdiept, daarna droomde ik over een skelet in de kast (typisch he) en toen was het ook wel goed, juist omdat ik precies wist, nou ja, grotendeels, wat de staat van zijn lichaam moet zijn geweest.

Ik heb een beertje gekocht en ik ben het Reiki gaan geven, want ik had steeds het gevoel dat Barend bij me was en zo kon ik toch iets voor hem doen. Wat moet hij ontzettend eenzaam zijn geweest. Die vriend zei dat het zo beter voor hem was, omdat hij helemaal niets meer had.
Soms zat ik 's nachts op het balkon te huilen en naar de sterren te kijken, en vallende sterren, en wat ik nog de ergste gedachte vond, was dat ik nu ouder zou worden dan hem.
Als ik met m'n moeder ergens ging wandelen, dacht ik aan de herinneringen die Barend moest hebben gehad en opgebouwd in de omgeving. En ik wilde erover schrijven op m'n weblog maar stelde het steeds uit, en nu merk ik pas tijdens het typen dat het me nog steeds veel doet. Misschien gebruik ik dit emailtje wel, als jij dat goed vindt.
Hij was de enige die wist wat er bij ons thuis gebeurde, hij was er een deel van en nu is hij weg.
Toen we op vakantie waren in Venetie lag hij al op zolder. Toen ik op de laatste dag wenste dat ik kon verdwijnen om in een grot te wonen zodat niemand het zou weten als ik dood was, lag hij al te rotten, weggekropen op de zolder in het huisje bij de brug. Creepy, en zo zo sneu.

Nou, in de woorden van m'n moeder: dat dus.
Heb jij ook eens een lang emailtje van mij! Nu heb ik pijn in m'n rug dus stop ik ermee.

Liefs, groetjes***Marijne.

P.S. Ik maakte een hele enge zwieper en de beursheid verdwijnt al een beetje, maar bij m'n tenen is het nog paarsbruin.

zaterdag 15 augustus 2009

Pierrot

Het valt me moeilijk om over leuke dingen te schrijven, weet ook niet of ik dat wel wil. Het leven is niet altijd leuk, en ik ben niet altijd leuk. Dat is een oud masker dat ik vroeger vaak gebruikte. De clown uithangen, doen alsof het me niet raakt, dat ging me toen beter af dan nu. Kop op, laat je niet kisten, altijd blijven lachen; op een gegeven moment werkt dat gewoon niet meer. Dan krijg je kramp in je kaken van de onechte lach op je gezicht.
Het is verwarrend, ik weet niet meer hoe ik een ‘normaal’ gezicht op moet zetten, wat nodig is als ik me rot voel omdat er anders rare dingen gebeuren. Deze week was een mooie illustratie daarvan.
Een groep kinderen achtervolgde me en lachte me uit. Tot ik me omdraaide en… de clown uithing. Eerst lachten ze me nog uit, daarna lachten ze met me mee en probeerden ze mij te imiteren. Ik deed m’n best om wat bij te dragen aan hun opvoeding door ze het rare loopje van John Cleese te leren, uit een sketch over “The Ministry of Silly Walks”. Het zei de kinderen helemaal niets, maar het amuseerde ze en uiteindelijk hebben we meer dan een half uur staan kletsen.
Op het oog ontspannen.
Een andere dag spatte er een ei naast me op straat uiteen. Iemand had het van een gebouw af gericht naar mij gegooid en het was er net naast, er kwamen alleen wat spetters op m’n schoen terecht. Maar dat soort dingen gebeurt dus voornamelijk als ik me erg slecht voel, alsof ik een magneet ben.
In een groot warenhuis was het op een warme zomerse dag heel stil, er hing een sfeer van verlatenheid, alsof de Mexicaanse griep al in volle kracht had toegeslagen. Tussen de tassen en koffers van een van de winkels op de begane grond liep een groep jongens op me af, tieners, met een lege agressieve blik in de ogen. Een van de jongens keek me dreigend aan en rukte in het voorbijgaan een tas van een stelling. Ik liep verder, keek stoïcijns voor me uit.
Ik vroeg me af of dat nou typisch iets voor een dorp is of dat het ook in grote steden gebeurt, het lijkt wel alsof jongeren zich steeds meer in groepen verplaatsen, als kuddes boze dieren.
Maar goed. In contrast daarmee was er één dag dat ik me redelijk goed voelde ondanks de onderhuidse depressie, en toen ging alles heel anders.
M’n intuïtie zei me dat ik maar eens naar het centrum moest om een koptelefoon te kopen voor de tv. Prompt kwam ik in de winkel iemand tegen die ik al jaren niet had gezien en die wel een goed gesprek kon gebruiken. Vier cappuccino’s later voelden we ons allebei een stuk beter, hij om de gezelligheid en de feedback, zoals hij het noemde, en ik omdat het verwoorden van inzichten ze ook duidelijker maakt voor mezelf.
Opgewekt ging ik bij een bakkerij naar binnen en voor ik het wist had ik een gesprek met de eigenaar over lange termijndenken, iets waar een groot tekort aan is tegenwoordig. Ik fietste naar huis met een tevreden gevoel.

En gisteren was een dag apart. Ik voelde me heel slecht maar besloot er ín te gaan, in plaats van het weg te drukken en mezelf voor te houden dat het wel goed zou komen. Ik liet alle hoop varen en was in het moment aanwezig, ik voelde me afschuwelijk en toch had dat zijn eigen schoonheid. De wind ruiste in de bomen en toen ik opkeek naar de wolkeloze hemel zag ik een luchtballon. Met in levensgrote blauwe letters tegen een gele achtergrond het woord “Joy”. Vreugde. Ik voelde me rot en glimlachte; alles was zoals het hoorde te zijn.

Voorleesversie