Mijntje lacht, Mijntje huilt

  • Mooie samenvatting van het weblog van een gevoelige dertiger die soms nog een kind is en veel te leren heeft. Mijn leven gaat op en neer, tot nu toe meer neer dan op, maar ik probeer mijn gevoel voor humor te behouden. Dat is onmisbaar voor me, want ik kom wel eens in vreemde of gevaarlijke situaties terecht. Maar hey, hoe erger de ervaring, hoe beter de anekdote!

    Op deze plek lucht ik mijn hart en hersenspinsels.

    Liefs, Marijne.

Knapzak

  • May beauty be before me. May beauty be behind me. May beauty be above me.
    May beauty be below me.
    May beauty be all around me.

't Blognootje

  • droogt rommel

    Bevrijdiging

    Kerstmis ik als kiespijn

    Als het kalf dronken is, verdenkt men de put

    Ketjap manisch

    Mental clock

    Nordic Stalking

    "Kop of munt, lekker ding?"
    "Kop, stoot."

    Soms heb ik last van carpale tunnelvisie

    Mijn Borderline collie drijft me tot het uíterste!

    Het is rood en een beetje tipsy - een sherry tomaatje
    Het is rood en de BOB
    - een TomTomaatje

    Ik ben aan het eind van m’n Latijn, dus ik ga verder in Oud-Grieks

    "Hey, Superman!"
    the vampire quipped, "come see my crypt tonight!"

    Bruise Lee

    "Melk is goed voor elk," behalve dan die melk van soa-bonen

    Sexshop
    "Spleetvermaak"

    Restaurant
    "Chez L'eetvermaak"

    De Negerhut van oom Tom-Tom bleek gemakkelijk te vinden

    Hoe meer steekjes er bij je loszitten, hoe meer je wordt genaaid

    Mijn vriend heeft last van lidteken

    Met de sleur in huis vallen

    Humordenaar

    Gironimo
    The Last of the Bankers

    Absint
    Sinterklaas met waanzinnige buikspieren

    Goed heilig, man!

    Meestal laat ik dat soort moderniteiten langs me heen gaan, maar zo'n aai-pot lijkt me wel gezellig

    Hij was de lul, dagelijks was hij in de gevangenis het anusje van alles

    Zelfs pot verwijt ketel

    Pensioengat
    Oma-slip met open kruis

    Een stootkussen is iets anders dan een stoot kussen

    Jetslet

    I'm wearing my lawsuit

    Feel me up, Scotty!

    I hate musky toes

    Major Jugs & Private Parts

    Privékok, is dat hetzelfde als private dick?

    Silly Cunt Valley
    Plaats in Amerika waar rare dozen wonen.

    Silicont
    Achterwerk met siliconen.

    Banzaiboompje
    Bonzaiboompje dat terugvecht als je het probeert te snoeien.

    Let me have a crack addict.

    Vlindernissen

Boekvoer

  • Nick Robinson: Origami
  • Bhagwan Shree Rajneesh: Totdat je sterft
  • Jeff Foster: life without a centre
  • Anthony De Mello: Awareness
web-log.nl, powered by TypePad

zondag 15 november 2009

Traditie

Het is weer donker, nat en guur. Sint Maarten is nog maar net achter de rug of Sinterklaas komt alweer binnenvaren. In Assen tenminste, ik weet niet of de Goedheiligman overal op dezelfde dag aankomt. Is de Sint weg, dan staat de Kerstman klaar. Zelfs als je alleen de deur uitkomt om boodschappen te doen, kun je aan de schappen in de supermarkten zien welke maand van het jaar het is.
Voor Sint Maarten had ik een grote schaal vol minireepjes naast de deur gezet, en het licht in de keuken en de hal aangedaan; kinderen komen sowieso zelden deze doodlopende straat in en je moet flink adverteren voor ze aan je deur komen. Ik ben niet veeleisend, al komt er maar één guppy aan de deur, mijn avond is goed.
Deze keer waren het twee meisjes, er was geen ouder te bekennen, terwijl het toch donker was en een beetje guur. De meisjes zongen een liedje, droegen zelfgemaakte lampionnen van papier en hadden pijn in hun schouders van de zware, uitpuilende tassen die ze meedroegen. Goeie oogst. Ze mochten ieder twee of drie zoetigheden uit de schaal pakken, omdat ik vermoedde dat ze niet alleen de eersten maar ook de laatsten van de avond zouden zijn.
Ze waren netjes en bescheiden, en eigenlijk had ik ze de hele inhoud van de schaal wel willen geven, maar ze hadden al zoveel suikertroep en het is toch zonde van die schattige kindergebitjes.
Het overgebleven Sint Maartensnoep heb ik, zoals traditie is, eerst in huis gehouden om mezelf te testen; één keer daags iets lekkers, maar niet meer. Nou, dat lukte dus voor geen meter, zoals ook traditie is, en dus heb ik het overgrote deel van het chocoladespul gedoneerd aan de koektrommel in de kantine van de Radiohut.
Wat een rommel wordt er verkocht. In de keuken heb ik inmiddels ook twee Sneeuwwitjes staan, een boswachter, een lelijk oud wijf en twee dwergen, want die krijg je bij de Albert Heijn bij je boodschappen.
Laten ze ‘t eens anders doen; lever gebruikt speelgoed in bij de kassa en je krijgt een euro korting op je boodschappen, zoiets. En het speelgoed is weliswaar gebruikt maar niet oud, want tegenwoordig krijgen kinderen zoveel spullen over zich heen gestort dat ze er een paar keer mee spelen en het dan in de hoek gooien, op naar het volgende speeltje.
Het ingeleverde speelgoed kan dan weer mooi uitgedeeld worden in bijvoorbeeld Roemeense weeshuizen, die zijn toch populair? Kinderen blij, klanten een goed gevoel over zichzelf zo vlak voor de kerstperiode, kunnen ze daarna weer ongegeneerd nog meer rotzooi kopen, en de supermarkt een blinkend weldoenerimago; die euro’s korting halen ze wel weer in door prijsverhogingen.
Ik ben al dat moeten kopen zat, geld uitgeven dat er niet is, op vaste data gezelligheid en suiker. Ik val hier vast in herhaling, maar wat als we onze eigen bijzondere dagen kiezen en vieren? Dan worden we niet overspoeld door troep in de supermarkt en dan hoeven we niet verplicht kadootjes te kopen omdat de kalender dat voorschrijft. Ik wil kadootjes kopen en geven wanneer ik daar zin in heb, ik wil niet opgeprikt en netjes aangekleed aan tafel zitten met de kerst, ik zet wel een kaarsje op en steek een DVD aan, of andersom.
Dat het op 31 december de laatste dag van het jaar is, daar wil ik me nog wel aan houden. Oudejaarsavond in m’n eentje, dat voelt echt sneu. Maar de rest van de verplichte feestdagen… nee hoor, dank je feestelijk.

Voorleesversie

zondag 25 oktober 2009

De Radiohut

Vrijdagavond, onderweg naar huis, dacht ik aan de serie The Office, aan hoe er zo’n typisch wereldje ontstaat als mensen lang met elkaar op dezelfde plek werken. Hoe ze routines ontwikkelen en manieren vinden om met elkaar om te gaan en met elkaars eigenaardigheden. Ik vond het een erg leuke serie.
Ik fietste via dezelfde route als altijd op de terugweg van de Radiohut - zoals ik het stekkie van RTV Assen noem. Het clubje vrijwilligers en radiofanaten is als een kledingstuk dat steeds lekkerder gaat zitten, naarmate ik het vaker draag.
De Radiohut is onze versie van The Office, ons wereldje, met zijn eigen gevleugelde uitspraken, zoals die van de technicus voordat hij achter het mengpaneel schuift:”Dames en heren? Er mag gedanst worden!”
Dan is er één van de oude rotten in het vak, die mopperend door de gang loopt voordat hij een kant-en-klaarmaaltijd in de magnetron zet.
Het constante gemopper wordt hem vergeven omdat iedereen doorheeft dat bij die grote mond een klein hartje hoort. Ik ben vast niet de enige die zich afvraagt of hij eigenlijk wel ergens woont. Het was zijn idee om een bank in de kantine te zetten waar je heerlijk in wegzakt.
De andere oude rot, die vaak bij mij langskomt als hij ergens een stomme spelfout heeft gezien, omdat hij mijn liefde voor taal deelt. Waarna het gesprek steevast belandt bij het Groene Boekje om te eindigen met het eensgezinde besluit dat het toch echt panNEkoeken moet zijn; je gebruikt maar één pan!
Dan is daar is onze weerknul, die donderdagochtend zijn debuut op 3FM had, bij Giel Beelen in de uitzending, omdat Steyn de jongste weerman van Nederland is. Op donderdagen doe ik het nieuws en afgelopen donderdag begon het nieuws daarom met het heuglijke bericht over Steyn’s 3FM avontuur. 
Op vrijdagen, tijdens de uitzending, rol ik een stoel uit de kantine naar het rommelhok van de nieuwsredacteur. Niemand kijkt er meer van op, dat ik op vrijdagen in dat rommelhok één van mijn collega’s een Reiki-behandeling geef, en ons bevalt het prima.
Na afloop komen we heerlijk ontspannen, en een beetje suf, naar de kantine voor een glas water, want dat hoort erbij. Na een Reiki-behandeling even wat extra vocht naar binnen.
Deze collega met de koude handen komt mij altijd vragen of ik een ‘bakske’ thee wil. Al minstens een jaar komt hij me iedere middag trouw een kop thee of koffie brengen, en op een gegeven moment was de routine dat hij zo zacht mogelijk het hok binnen liep waar ik met mijn rug naar de deur achter een computer zit. Heeel voorzichtig zette hij dan de kop naast me op het bureau, en als de missie geslaagd was, kreeg ik bijna een hartverzakking omdat hij ineens naast me stond.
Dus was ik op mijn hoede als ik dacht dat het ongeveer Thee Tijd was, en probeerde ik m’n oren open te houden voor geluiden op de gang. Na een tijdje verslapte mijn waakzaamheid, want ik had natuurlijk ook nog werk te doen, waar ik mijn aandacht bij moest houden.
En ja hoor, dan sloop hij weer tot vlak bij mijn stoel en probeerde ik te verbergen hoe erg ik schrok. Soms mislukte zijn missie; dan hoorde ik steelse geluiden, en wuifde ik met mijn hand, zonder me om te draaien.
De routines van de Radiohut. RTV Assen - The Office.

Voorleesversie

zaterdag 17 oktober 2009

Zacht

In India begint vandaag Diwali, oftewel het Lichtjesfeest. Overal worden lichtjes aangestoken, dat moet een prachtig gezicht zijn. Het meerdaagse feest staat voor de symbolische overwinning van het goede over het kwade, van het licht over de duisternis, en de overwinning van gelukzaligheid over onwetendheid. Maar ik vind het idee van al die lichtjes gewoon heel mooi. Zeker nu het weer hier zo somber en stormachtig begint te worden.
In mijn huis houd ik ook van veel zachte lichtjes in plaats van één felle plafondlamp. Het zorgt voor een knusse, warme sfeer, wat extra fijn is met die rondvliegende bladeren buiten, de stormwind door de bomen, en de voorovergebogen fietsers, waarvan ik er meestal eentje ben, als ik van de radiohut terug fiets naar huis.
Laatst heb ik ook weer eens anijs gekocht, om in een beker warme melk te doen ’s avonds. Heel Hollands, en winters, en knus.
Ik probeer mijn thuisomgeving zo aangenaam mogelijk te maken, want ik ben weer veel aan het kluizenaren de laatste tijd. Na een spectaculaire val heb ik iets gescheurd in mijn voet, waardoor ik al een tijd niet heb getraind en gewandeld. Wandelen gaat inmiddels weer, maar met andere bewegingen doe ik voorzichtig, omdat het snel te veel is en de pijn verergert.
Als er zoiets gebeurt, probeer ik er op een andere manier naar te kijken; ik heb mijn voet bezeerd, dus misschien moet ik even pas op de plaats maken. En dus breng ik weer veel tijd in mijn huis door, in mijn bed en op mijn bank. Met muziek, televisie en boeken.
Ware verhalen van mensen die ongelofelijk slechte omstandigheden te boven komen en na veel worstelingen en frustraties een transformatie ondergaan, lichtende voorbeelden voor mensen die in het donker verkeren.
Langzaamaan begin ik veilige plekken voor mezelf te creëren – thuis, ondanks de terugkomst van de buren, bij mijn contactpersoon van de Sociale Dienst, die me iedere keer weer aan het huilen krijgt met zijn vriendelijke opmerkingen omdat hij het zo warm en oprecht meent, en bij mijn fysiotherapeut, die ik al een tijdje ken. Bij hem kan ik mezelf zijn, de persoon onder het ‘alles is prima’-masker.
Er gaan nog steeds allerlei alarmbellen rinkelen wanneer ik me openstel, maar er zijn kleine, lichte momenten dat ik mezelf zacht voel worden, dan smelt de weerstand en kan ik op een ontvankelijke manier aanwezig zijn.
Dat is allemaal heel nieuw voor me. Meestal probeer ik één van de kerels te zijn, one of the guys. Met bijbehorend sarcasme en slechte grappen.
Oké, de flauwe grappen zal ik wel blijven maken, want die horen bij me, maar die harde kant die me altijd heeft beschermd tegen afwijzing en veroordeling begint nu af en toe zomaar ineens te smelten.
Het is eng want ik voel me kwetsbaar op zo’n moment, maar daarom oefen ik op veilige plekken, bij veilige mensen. Als alles goed gaat, komt daar over drie weken nog eentje bij, in de vorm van een psycholoog.
Ik ga met de seizoenen mee. De herfst en winter gebruik ik om in mezelf te keren, nog meer dan gewoonlijk, en dingen uit te werken, zodat ik in de lente vernieuwd en veranderd naar buiten kan komen.
Wie lang in de duisternis heeft geleefd, waardeert het licht als geen ander. Als hij tenminste wel eerst zijn ogen aan het licht laat wennen.
Vandaag steek ik veel kaarsjes aan, en wens ik iedereen een fijn Diwali.

Voorleesversie

zondag 4 oktober 2009

Jeugdsentiment

"Tjongejongejonge is het al begonnen?
Heb je ook wel eens een leverworst gewonnen?"

Ik kan het niet laten heel eventjes naar de Theo en Thea-marathon te kijken...
Theo en Thea, die een niet onaanzienlijke bijdrage hebben geleverd aan Zusje's en mijn opvoeding; zinloos geweld, gepoederde pruiken van wc-rollen, en klassieke uitspraken als: "Ik ga die tieten schilderen met pindakaas!!"
Met types als de Baron van Urinoir tot Gevulde Broekhoest, die uitleg geeft over 'baksillen'. Die heb ik dan ook jaren zo genoemd, tot een leraar van de basisschool me lachend verbeterde.

Oh geweldig, een aflevering over de kerk, met non Stop en non Verbaal, ik ga snel weer kijken.

zaterdag 26 september 2009

Rust

Het wordt al aardig koud ’s nachts, en ’s avonds. Het is koud en helder, en ik heb zojuist in mijn tuinstoel gezeten en naar de sterren gekeken. De leuning een beetje achterover, radiootje aan met koptelefoon en een kopje koffie op het metalen tafeltje naast me. Dat is genieten.
Genieten in mijn eigen tuin! Af en toe kwam er een klein kerstboompje achter de kruin van de grote berk langs. Knipperende rode en groene lichtjes, en verder alleen sterren. De maan was maar kort te zien, voor hij achter het tegenoverliggende huizenblok verdween.
Ik geniet van iedere minuut die ik in de tuinstoel doorbreng. Ik was vergeten hoe fijn ik het vind om buiten te zijn.
Twee weken geleden heb ik uren voorovergebogen onkruid uit de grond staan trekken, en met bonzend hart stond ik de coniferen te snoeien, maar gewoon stil in mijn stoeltje zitten en naar de tuin kijken, naar de zacht ruisende blaadjes van de berkenboom en naar de sterren die langzaam verschijnen in de schemering, dat voelt bijzonder. Dat is mooi, dat is leven.
Ik ben dankbaar voor ieder moment. Buurvrouw ook. Het voelt als vakantie in eigen huis; de stilte, de rust. De enige geluiden de vogeltjes, af en toe de verre blaf van een hond en het geschreeuw en gelach van spelende kinderen, als de zon schijnt.
Al een aantal weken word ik uit mezelf wakker, al bijna drie weken verheug ik me als ik naar huis fiets. De laatste drie weken heb ik ruimte en rust gehad om bepaalde zaken uit te werken. Een verschil van dag en nacht. De buren zijn namelijk verdwenen. Al bijna drie zalige weken zijn ze weg.
Geen fladderende en schijtende duiven, geen blaffende of van pijn jankende hond, geen geschreeuw, geraas, getier en afschuwelijke scheldtirades van de buurman. Geen dreunen van deuren of luid storende radiozenders aan in de tuin en geen auto die mijn voortuin afsluit.
Ik kijk niet meer uit het raam voordat ik naar buiten ga, ik loop niet meer op mijn tenen, en ik zit als een oud wijf te genieten in mijn tuinstoel.
Het werd een beetje koud en ik stopte mijn handen in de lange mouwen van mijn wollen trui. Onder de struik vandaan schoot een donkere vlek over het terras, het was de kat van de buurvrouw die even gedag kwam zeggen. Hij duwde zijn kopje tegen mijn voet, rolde aanstellerig over de grond, liep een paar rondjes om mij en de stoel heen en keek nog een laatste keer om voor hij weer onder de struik verdween en mij alleen liet met de sterren.
Toen de buren net weg waren, overwoog ik om een tuinstoel aan te schaffen. Zelfs als ze na een week weer terug kwamen, zou het de moeite waard zijn.
De volgende dag kwam buurvrouw aanzetten met een tuinstoel die ze nog op zolder had liggen, of ik misschien belangstelling had? Nou en of! Leuk hoe dat werkt.
In de vijf jaar dat ik hier woon, zijn de buren nog nooit één volledige dag weggeweest. En nu zijn ze al drie weken weg. Waarom en waar naartoe? Het kan buurvrouw en mij niks schelen, hoewel we natuurlijk hopen dat hun vakantie een permanent trekje aanneemt.
Maar zelfs als ze morgen terugkomen, ben ik tevreden met de rust die ik heb gekregen. Het was heerlijk, een vakantiegevoel in eigen huis en tuin. Wat een vrede.

Voorleesversie

zaterdag 19 september 2009

Raak me aan

Wat kun je doen als je een grote behoefte voelt om aangeraakt te worden en je hebt geen partner, kinderen, huisdieren of leuke homoseksuele buurman waar je een paar platonische aanrakingen mee kunt uitwisselen?
Ik weet zo gauw niet waar die behoefte nou vandaan komt, behalve dan dat ik al een tijd geen vriend heb, maar misschien is het gewoon een kwestie van te lang en te veel alleen zijn, te weinig aangeraakt worden om gezond bij te blijven. Als baby’s kunnen sterven als ze niet worden aangeraakt, zal het wel op mensen van alle leeftijden invloed hebben.
Een massage lijkt me heerlijk, van iemand die er goed in is, en natuurlijk het liefste door een leuke vent, maar de gewone aanrakingen van iemand waar je mee praat, dat is ook al fijn. Er zijn mensen door wie ik helemaal niet aangeraakt wil worden, dus het is niet zo dat ik alleen maar naar de supermarkt hoef om in de rij te gaan staan in de hoop op wat arm- of beencontact.
Sommige mannen hebben die gave om te kunnen aanraken zonder seksuele bedoelingen. Warme, menselijke aanrakingen; een hand op je arm tijdens een gesprek, een kneepje in je schouder om je moed in te spreken, oh en mijn favoriet van lang geleden: een hand in je onderrug bij het oversteken van een straat. Zucht.
Dat is allemaal heel fijn, maar ik wil nog niet aan de man, het is wel eens goed om een tijdje alleen te blijven zonder me meteen in een nieuwe relatie te storten. Maar soms mis ik het heel erg, dat aangeraakt worden. Er heeft zich een tekort opgebouwd. De afgelopen paar jaar ben ik te vaak aangeraakt met agressieve, seksuele en egoïstische bedoelingen, en als dat dan niet zo is, weet ik pas wat ik mis. Zo gaat dat.
Gisteren vertelde ik iemand waar ik om geef, en die om mij geeft, over wat er allemaal is gebeurd de laatste jaren. Ik zag dat het hem raakte en om zijn betrokkenheid te uiten, pakte hij met beide handen mijn knie vast. Later legde hij even zijn hand op mijn arm. Het zijn zulke eenvoudige gebaren, maar als je dat niet in je dagelijks leven hebt, kun je het heel erg gaan missen. Ik mis dat heel erg.
Ik vraag me af of er zoiets bestaat als een escortservice voor knuffelen. Eigenlijk vind ik dat het vergoed moet worden. Met die enorme bedragen die tegenwoordig moeten worden betaald voor een zorgverzekering, en daar bovenop dan nog een eigen bijdrage, zou zoiets essentieels voor een mens als aangeraakt worden in de basisverzekering moeten zitten.
Je kunt praten tot je een ons weegt, maar in mijn ervaring kan één hand op een schouder, een gezicht, een arm, tot de kern doordringen. Een aanraking waarin acceptatie besloten ligt; je bent goed zoals je bent, en ik ben hier, ik hoor je, ik zie je, ik raak je aan. Dat is krachtiger dan al dat gepraat. Iedereen wil toch eigenlijk alleen maar geaccepteerd worden?
Er zou een knuffelhulpdienst moeten bestaan, en als die niet bestaat moet die worden opgericht. Ik zeg het half voor de grap, maar niet helemaal. Aangeraakt worden door een mens die je volledig accepteert zoals je bent, kan genezend werken. En als de nieuwe knuffelstichting een proefpersoon nodig heeft, bied ik me hierbij aan als vrijwilliger.
Dan hoef ik niet meer naar de supermarkt.

Voorleesversie

woensdag 16 september 2009

Boekenkast

Wat zijn de boeken die de essentie van jouw leven het beste beschrijven? Als je er maar een paar kon kiezen, welke boeken zouden dat dan zijn als je rekening hield met stijl, en met het gevoel dat eruit spreekt. En zou het een poëtisch en dramatisch verhaal zijn, of eenvoudig en helder, praktisch en in vastgelegde etappes of schijnbaar dwalend, maar toch altijd naar een ver weggelegen doel?
Een vraag die zomaar in me opborrelde en die ik vervolgens probeerde te beantwoorden, omdat het veel zegt over je leven hoe het nu is, en hoe je zou willen dat het was, over je intenties, doelen en algemene achtergrondgevoel over jouw verhaal op deze aardbol. Wat wil je dat jouw leven zegt?

Ik begon met één boek, zoals gewoonlijk De Alchemist van Paulo Coelho, maar het werden er steeds meer, want oh ja, dat boek belicht deze kanten en dit boek vertelt meer over die karaktertrekken…
Om het overzichtelijk te houden heb ik voor mezelf drie boeken uitgekozen, die ik natuurlijk ook alle drie in de kast heb staan.
“Siddharta” van Hermann Hesse, dat me betoverde toen ik het lang geleden voor mijn Duitse boekenlijst heb gelezen, wat veel zegt over de kwaliteit van het boek, omdat ik normaal gesproken slechte cijfers haalde voor het vak Duits.
“Jonathan Livingston Seagull” van Richard Bach, een boekje dat gemakkelijk over het hoofd te zien is - het was dan ook een hele tijd uit mijn geheugen verdwenen, tot ik het tegenkwam in een stoffige tweedehands boekwinkel en het opnieuw onmiddellijk in mijn hart sloot.
En natuurlijk “De Alchemist”, een boek waar ik vanaf het eerste moment verliefd op was en waarvan ik af en toe een nieuwe uitgave koop gewoon omdat ik er meer van in huis wil hebben, zodat ik het kan lezen in het Nederlands en in het Engels, en om het boek uit te kunnen lenen zonder angst voor ezelsoren in de pagina’s.

Wat de boeken gemeen hebben, is een diepgaand proces van leren en boven jezelf uitstijgen, toewerken naar een innerlijk doel en je daar door niets of niemand vanaf laten brengen, hoeveel tegenslag of tegenwerking je ook ondervindt. Bewustwording, het steeds meer jezelf worden en tegelijkertijd leren loslaten in iets hogers, en de eeuwige worsteling tussen frustratie en vertrouwen.
Vertrouwen in jezelf, in je weg, en in je kompas, intuïtie, innerlijke stem, hoe je het ook wilt noemen, die je leidt op je weg als je maar tijd en ruimte neemt om ernaar te luisteren. Toenemende helderheid en duidelijkheid over waar je heen gaat, helderheid in wat je denkt en doet.
Ik vond het leuk om hierover na te denken, en als ik er zo eens naar kijk, zijn het alle drie boeken die gaan over bestemming, en mijn bestemming… is *Ontwaken.

Een stukje uit “Siddharta” van Hermann Hesse: “En dat alles tezamen, al die stemmen, al die bestemmingen, al dat verlangen, al dat leed, al die vreugde, dat alles tezamen was de stroom van al wat gebeurt, was de muziek van het leven.
En toen Siddharta geconcentreerd naar deze stroom, naar dit duizendstemmige lied luisterde, toen hij geen verdriet of gelach meer hoorde, zijn ziel niet meer aan een bepaalde stem bond, en met zijn Ik daar niet meer in opging, maar alles hoorde, het geheel, slechts oor voor de eenheid had, toen bleek dat grote lied van die duizenden stemmen één woord te zijn, het Om: de voleindiging.”

Voorleesversie

(*Het radioprogramma waar ik mijn audiologs voor schrijf heet "Ontwaacken in alle Smaacken".)

donderdag 10 september 2009

Barend

Hey schoonheid,

Fijn dat jij af en toe een email durft te schrijven met het risico op lang wachten, het wordt echt gewaardeerd hoor, en ook gelezen =:~)
Thuis zit ik nu bijna helemaal niet meer achter de computer, ook nu ben ik bij de radio, en ik weet niet goed meer wat ik op mijn weblog moet/kan schrijven.

Het was op zich wel gezellig met m'n moeder, we hebben 's nachts op een dijkje gelegen met een verrekijker sterren gekeken en ik heb in de zon gelegen op haar balkon, maar we hebben ook bloemen ergens voor de deur gelegd.

Vroeger toen ik klein was woonde er een jongen bij ons in huis omdat zijn moeder zich zo gestoord gedroeg dat mijn moeder, een vriendin van haar, haar had laten opnemen.
Hij heeft ruim een jaar bij ons gewoond, en ondanks dat het er bij ons aan toe ging als in een war zone, zei hij later tegen mijn moeder dat het de enige periode in zijn leven was dat hij zich een beetje normaal had gevoeld.
Als je je bij ons normaal voelde, moet je eigen leven wel heel erg slecht zijn.
Hij was een jaar, of twee, ouder dan ik en ik heb hem altijd een beetje als een broer gezien, hem in de gaten gehouden, hoe het met hem ging op de middelbare school, en later kwam ik hem tegen bij m'n moeder thuis, waar hij af en toe kwam kletsen.
Hij vond mij leuk, maar volgens mij was dat meer omdat ik een band was naar de enige normale tijd in zijn leven.
Het voelde niet goed ondanks dat ik om hem gaf, dus ik hield hem op afstand waarna ik nog een teleurgesteld emailtje met een gedichtje kreeg. Ik vond het wel erg want ik wilde hem wel helpen maar voelde dat het niet kon.

Hij zorgde voor zijn moeder en als het beter ging, vertrok hij weer, waarna zij weer wegzakte in gekte et cetera. Het huis staat 30 meter bij het huis van m'n moeder vandaan, bij de brug. We kwamen er iedere dag langs op weg naar school.
Vijf jaar geleden zei hij tegen m'n moeder dat hij zijn ziel kwijt was, en zo zag hij er ook uit, zei ze tegen me, hij keek als een zombie uit zijn ogen en ze wist dat ze hem niet meer kon helpen.
Nou ja, toen wist ik dat het niet goed zou aflopen, en toen m'n moeder op de eerste dag van m'n bezoek zei dat ze me nog iets ergs moest vertellen, wist ik dat het over hem ging.

Hij heeft zelfmoord gepleegd in het huis van zijn moeder, die al tijden niet meer thuis is maar ergens gek als een deur over straat zwerft. Hij was naar zolder gegaan en had pillen genomen, ik vind het nog zo erg als ik dit schrijf.
Ik flapte er ook uit tegen mijn moeder: als een dier dat zich terugtrekt om te sterven. Ach gut zei ze. Ja.
Later die week kwamen we tijdens een wandeling een vriend van hem tegen die we om meer informatie vroegen, want Barend was niet op internet te vinden, zijn naam niet, niet dat er een lijk gevonden was op dat adres, niks. Ik wilde gedag zeggen en weten waar hij was begraven maar het was zo raar, we konden niets vinden, en ik heb heel wat uurtjes zitten Googlen op de momenten dat m'n moeder niet thuis was.
Die vriend vertelde hoe Barend steeds gekker was geworden, zelf dus ook, en dat hij pas na drie weken was gevonden. Na drie weken op een zolder in de zomer.
Op internet heb ik uitgezocht wat er met een lijk gebeurt, hoe het rottingsproces in zijn werk gaat, want mij helpt het niet om ergens vooral niet aan te denken. Ik heb me erin verdiept, daarna droomde ik over een skelet in de kast (typisch he) en toen was het ook wel goed, juist omdat ik precies wist, nou ja, grotendeels, wat de staat van zijn lichaam moet zijn geweest.

Ik heb een beertje gekocht en ik ben het Reiki gaan geven, want ik had steeds het gevoel dat Barend bij me was en zo kon ik toch iets voor hem doen. Wat moet hij ontzettend eenzaam zijn geweest. Die vriend zei dat het zo beter voor hem was, omdat hij helemaal niets meer had.
Soms zat ik 's nachts op het balkon te huilen en naar de sterren te kijken, en vallende sterren, en wat ik nog de ergste gedachte vond, was dat ik nu ouder zou worden dan hem.
Als ik met m'n moeder ergens ging wandelen, dacht ik aan de herinneringen die Barend moest hebben gehad en opgebouwd in de omgeving. En ik wilde erover schrijven op m'n weblog maar stelde het steeds uit, en nu merk ik pas tijdens het typen dat het me nog steeds veel doet. Misschien gebruik ik dit emailtje wel, als jij dat goed vindt.
Hij was de enige die wist wat er bij ons thuis gebeurde, hij was er een deel van en nu is hij weg.
Toen we op vakantie waren in Venetie lag hij al op zolder. Toen ik op de laatste dag wenste dat ik kon verdwijnen om in een grot te wonen zodat niemand het zou weten als ik dood was, lag hij al te rotten, weggekropen op de zolder in het huisje bij de brug. Creepy, en zo zo sneu.

Nou, in de woorden van m'n moeder: dat dus.
Heb jij ook eens een lang emailtje van mij! Nu heb ik pijn in m'n rug dus stop ik ermee.

Liefs, groetjes***Marijne.

P.S. Ik maakte een hele enge zwieper en de beursheid verdwijnt al een beetje, maar bij m'n tenen is het nog paarsbruin.

zaterdag 15 augustus 2009

Pierrot

Het valt me moeilijk om over leuke dingen te schrijven, weet ook niet of ik dat wel wil. Het leven is niet altijd leuk, en ik ben niet altijd leuk. Dat is een oud masker dat ik vroeger vaak gebruikte. De clown uithangen, doen alsof het me niet raakt, dat ging me toen beter af dan nu. Kop op, laat je niet kisten, altijd blijven lachen; op een gegeven moment werkt dat gewoon niet meer. Dan krijg je kramp in je kaken van de onechte lach op je gezicht.
Het is verwarrend, ik weet niet meer hoe ik een ‘normaal’ gezicht op moet zetten, wat nodig is als ik me rot voel omdat er anders rare dingen gebeuren. Deze week was een mooie illustratie daarvan.
Een groep kinderen achtervolgde me en lachte me uit. Tot ik me omdraaide en… de clown uithing. Eerst lachten ze me nog uit, daarna lachten ze met me mee en probeerden ze mij te imiteren. Ik deed m’n best om wat bij te dragen aan hun opvoeding door ze het rare loopje van John Cleese te leren, uit een sketch over “The Ministry of Silly Walks”. Het zei de kinderen helemaal niets, maar het amuseerde ze en uiteindelijk hebben we meer dan een half uur staan kletsen.
Op het oog ontspannen.
Een andere dag spatte er een ei naast me op straat uiteen. Iemand had het van een gebouw af gericht naar mij gegooid en het was er net naast, er kwamen alleen wat spetters op m’n schoen terecht. Maar dat soort dingen gebeurt dus voornamelijk als ik me erg slecht voel, alsof ik een magneet ben.
In een groot warenhuis was het op een warme zomerse dag heel stil, er hing een sfeer van verlatenheid, alsof de Mexicaanse griep al in volle kracht had toegeslagen. Tussen de tassen en koffers van een van de winkels op de begane grond liep een groep jongens op me af, tieners, met een lege agressieve blik in de ogen. Een van de jongens keek me dreigend aan en rukte in het voorbijgaan een tas van een stelling. Ik liep verder, keek stoïcijns voor me uit.
Ik vroeg me af of dat nou typisch iets voor een dorp is of dat het ook in grote steden gebeurt, het lijkt wel alsof jongeren zich steeds meer in groepen verplaatsen, als kuddes boze dieren.
Maar goed. In contrast daarmee was er één dag dat ik me redelijk goed voelde ondanks de onderhuidse depressie, en toen ging alles heel anders.
M’n intuïtie zei me dat ik maar eens naar het centrum moest om een koptelefoon te kopen voor de tv. Prompt kwam ik in de winkel iemand tegen die ik al jaren niet had gezien en die wel een goed gesprek kon gebruiken. Vier cappuccino’s later voelden we ons allebei een stuk beter, hij om de gezelligheid en de feedback, zoals hij het noemde, en ik omdat het verwoorden van inzichten ze ook duidelijker maakt voor mezelf.
Opgewekt ging ik bij een bakkerij naar binnen en voor ik het wist had ik een gesprek met de eigenaar over lange termijndenken, iets waar een groot tekort aan is tegenwoordig. Ik fietste naar huis met een tevreden gevoel.

En gisteren was een dag apart. Ik voelde me heel slecht maar besloot er ín te gaan, in plaats van het weg te drukken en mezelf voor te houden dat het wel goed zou komen. Ik liet alle hoop varen en was in het moment aanwezig, ik voelde me afschuwelijk en toch had dat zijn eigen schoonheid. De wind ruiste in de bomen en toen ik opkeek naar de wolkeloze hemel zag ik een luchtballon. Met in levensgrote blauwe letters tegen een gele achtergrond het woord “Joy”. Vreugde. Ik voelde me rot en glimlachte; alles was zoals het hoorde te zijn.

Voorleesversie

woensdag 12 augustus 2009

Khudt

Wauw, het gaat even heel slecht. Vertaling van 'even': sinds ik terug ben van vakantie lig ik het grootste deel van de dag in bed, met een koptelefoon op en een stapel boeken naast me. Excuses aan iedereen die verwachtte iets van me te horen. Ik voel me Heel Erg Kut. Laat me uitzieken.
Het is niet alleen de woonsituatie.

zaterdag 8 augustus 2009

Weg ermee

Ik ben nog geen twee weken terug en ik verlang alweer naar het buitenland. Toen ik terugkwam, zag de aardige Buuv die voor mijn plantjes had gezorgd er tien jaar ouder uit dan voor mijn vakantie. De terreur van onze buurman is gezwollen tot ondraaglijke proporties.
Bijna dagelijks rollen er smerige tirades uit, die ik niet letterlijk zal herhalen. Waar ik ook ben, ik zie er altijd tegenop naar huis te gaan, een thuis is het niet. Maar nog steeds betaal ik de lening af die ik had moeten nemen om hiernaartoe te kunnen verhuizen.
Buuv en ik zijn een paar maanden geleden begonnen verslagen bij te houden van wat hier allemaal gebeurt en het is om ziek van te worden. Het heeft vijf jaar geduurd voordat er überhaupt iemand bij de woningbouwvereniging de zaak serieus nam. Maatschappelijk Werk is er al jaren bij betrokken, de politie, andere hulpverleners.
Iedereen kent wel een buren from hell verhaal, en iedere keer verbaas ik me over de wetten en regels in Nederland, die types als mijn buurman zo grondig beschermen dat ze alles kunnen doen wat ze willen, de enige maatregel die wordt genomen is de enigszins normale mensen te laten verhuizen. Hele gezinnen zijn hier weggegaan.
Op papier lijkt het minder erg, de agressie en intimidatie voel je pas als je avond na avond bedreigingen en vuiligheid geschreeuwd hoort worden.
Ondanks de hitte van de laatste dagen slaap ik met het raam dicht omdat de buurman het leuk vindt om zijn radio luid op een storende zender te zetten en dan weg te gaan. Weg te rijden van zijn huis, terwijl de radio overlast staat te veroorzaken in zijn achtertuin.
Gisteren werd ik ondanks het dichte raam en mijn oordopjes wakker van de afschuwelijke pijnjanken van zijn hond die geslagen werd.
Ik schrijf hierover en vertel hierover omdat ik het schandalig vind hoe hiermee omgegaan wordt in Nederland. Normale mensen worden gedwongen te verhuizen en de persoon die alle ellende veroorzaakt komt weg met het bedreigen van hulpverleners, het doden van andermans vogels, het mishandelen van zijn hond, en het verzieken van de levenssfeer van een hele wijk.
Ik gebruik dit proces om kracht in mezelf te vinden, om te proberen van mezelf een beter mens te maken en af en toe, heel af en toe, vind ik een momentje van rust. In mezelf. Meestal niet hier, maar net genoeg om me op de been te houden. Maar een paar jaar geleden ging ik eraan onderdoor en ik zie nu hoe de buurvrouw er ook aan onderdoor gaat.
Gisteren had ik een momentje, toen ik op het bankje bij de brug een erg leuk *boek uitlas. Het was warm, ik was loom, en uiteindelijk wist ik me te ontspannen en voelde ik een diepe kalmte in mezelf. Eén bladzijde van het einde van mijn boek belde de buurvrouw, ze kon het niet meer verdragen, de buurman was al een half uur naar haar aan het schelden en schreeuwen en ze wilde weg, even een stukje fietsen ofzo.
Ik las het boek uit en haalde haar op. Ergens buiten Assen zijn we in de ondergaande zon aan een picknicktafel gaan zitten praten over de situatie. Ik zag de lijnen in haar gezicht, de rode randen om haar ogen.
De voortdurende terreur eist zijn tol.
Het dossier groeit. Maar hoeveel moet er gebeuren voordat er iets wordt gedaan? Eenmaal thuis ging de buurvrouw in het donker het gras maaien, want de buurman was even weg. Toen hij terugkwam, heeft hij een uur in zijn tuin gestaan, scheldend, dreigend dat ze naar binnen moest, naar binnen, en waar hij zijn vuist zou stoppen. En Buuv en ik moeten ons perfect gedragen, anders is er sprake van uitlokking.
Na Venetië heb ik acht dagen depressief in bed gelegen, niet meer in staat om licht aan het einde van de tunnel te zien. Het liefste zou ik op de eerste de beste vlucht naar Kreta stappen en een paar maanden wegblijven, tot de wereld niet meer zo krom en onrechtvaardig lijkt.

Voorleesversie

*Holes van Louis Sachar

zaterdag 11 juli 2009

Nummer 2

Zusje vroeg mij om een tatoeage te ontwerpen ter ere van onze oma. Zij heeft ons fijne jeugdherinneringen gegeven. Per sms waren we al snel aan het brainstormen, en via interessante beelden van broodroosters en hoteljammetjes, gingen we langs een haring met bloesems naar mijn uiteindelijke idee: het Verzetsherdenkingskruis omringd door bloesems.
Het Verzetsherdenkingskruis dat oma opgespeld kreeg door haar grote held prins Bernhard. De bloesems, die voor ons onlosmakelijk bij oma horen, omdat ze bloesembomen in de tuin had. Ik probeerde ze vroeger altijd te schilderen, en nu heb ik ze verwerkt in het ontwerp voor een tatoeage, het kan raar lopen. Oma zou het geweldig vinden.
Goh, dacht ik, dat klinkt wel heel mooi, dat wil ik ook! Zusje en ik smsten dag en nacht, ik maakte foto’s van de vooruitgang van het ontwerp, en we besloten na lang beraad dezelfde tatoeage te nemen, maar met kleine verschillen die bij ons passen.
Ik op mijn rechtervoet, Zusje op haar linkervoet. En plotseling hadden we haast.
Maandag gaan we op vakantie naar Venetië en het zit er natuurlijk dik in dat we terugkomen met aan alle kanten opengekrabde lichaamsdelen, maar vooral voeten.
Dan zouden we nog weken moeten wachten tot de kapotte muggenbeten waren geheeld, en dat zagen we niet zitten. Toen het ontwerp af was tot beider tevredenheid, wilden we hem onmiddellijk hebhebhebben.
Zusje gaat vandaag in haar home-town en afgelopen dinsdagavond had mijn favoriete tatoeëerder een plekje vrij in zijn agenda. Ondanks een wondje op mijn wreef, dat nog niet helemaal was genezen, ben ik gegaan.
Van verschillende mensen had ik gehoord dat een tatoeage op de wreef erg pijnlijk is en ik was best wel zenuwachtig. Ach, dacht ik om mezelf gerust te stellen, als ik het echt niet volhoud, vraag ik om dat zalfje waar hij het over had.
Het zalfje bleek geen optie. De enige verdoving die hij in de aanbieding had, was de standaardverdoving. – Oh? - Een nekslag met een barkruk. Oh. Na dit nieuws stapte ik naar buiten om één van zijn sigaretten te roken. Hij dacht zeker dat het de vorige keer geen pijn deed, dat ik geen verdoving nodig had, omdat ik zo stil zat.
Het deed wel pijn! Maar ik ben een perfectionist en ik wil die tatoeage er gewoon goed op hebben!!
De herdenking van Michael Jackson was bezig toen hij begon. Het zweet stond me in de handen. Ik hield me volkomen stil en onder de indruk maakte hij daar af en toe opmerkingen over, terwijl ik me concentreerde op mijn lichaam zich laten aanpassen aan de pijn, en op de ontroerende toespraken.
Het voelde alsof hij met een stuk glas in mijn voet aan het kerven was.
“Pijn is leven,” dacht ik, en “oma heeft in het Verzet gezeten… dan kun jij dit aan.”
Ach wat heb ik toch een dun huidje, een velletje van niks. Wat heb ik pijngeleden. Alsof hij met een figuurzaag bezig was, vooral toen de naald door de nog niet geheelde wond ging. Het was moeilijk om stil te blijven liggen. Maar het lukte en het zag er uiteindelijk prachtig uit.
De herdenking was precies tegelijk afgelopen als het tatoeëren, mooi symbolisch, de tatoeage op mijn rechtervoet is om oma te herdenken. Maar ook de momenten in mijn eígen leven waarop ík stoer en dapper was, en dit moment hoort daar ook bij.

Voorleesversie

zaterdag 4 juli 2009

Zomerse fragmenten

Het is te heet en drukkend om een samenhangend verhaal te schrijven, dus besloot ik de zomer weer te geven zoals ik hem langs zie drijven. Als een wit wolkje, of als een kanariegeel bootje in het kanaal, waarin jongens met ontbloot en getatoeëerd bovenlijf zonnig naar me zwaaien wanneer ik op weg ben naar het bruggetje.
Bij het bruggetje mag alles vrijuit groeien; korenbloemen, klaprozen, witte en gele bloemetjes en fijne groene ranken van het één of ander kruid.
Voor het oog een lust, voor de benen rust op het metalen bankje, dat wafelpatronen maakt in mijn huid.
Terug over het dijkje met links het kanaal, rechts een zompige sloot, maar daarachter… tussen de bomen een maagdelijk groen grasveldje, in het midden een dun boompje met spaarzame lichtgroene blaadjes. Tegen de stam een klein rood plastic stoeltje.
De avond dat het zo mooi was om nog even de wandeling te maken, warm en stil, met boven de populieren een dreigende hemel waarin de donder rek en strekoefeningen deed voor een potje bowlen. De vrouw die me glimlachend tegemoetkwam, tegen wie ik zei: “spannend weertje hè?” en die misschien iets anders had verwacht omdat ze een papegaai meedroeg op haar arm. Het kanaal, glad en stinkend na een paar windloze dagen, de geur van verrotting zoet en indringend.
De verlatenheid van het dijkje, als de mensen wegblijven omdat het ieder moment, ja echt ieder moment heel hard kan gaan regenen. En als het dan gaat regenen is het zo erg niet, want de druppels zijn lauw en vriendelijk en de donkere hemel boven de bomen van het park schept op met een dubbele regenboog. Geruis in de bladeren, kringetjes in het water.
En dan schijnt de zon weer en fietsen en wandelen er overal oudjes in lichte bloezen en korte broeken en kleine groepjes en daar is het gele bootje weer, met vriendelijk zwaaiende inhoud, en één van de woonboten heeft sinds kort een piratenvlag op het dak en ik lach hardop.
De grote sierlijke hond, die achter een vlindertje aangaat en net als ik denk wat mooi gaat hij zitten kakken.
In het centrum van de stad. Een meisje met een hoofd vol dansende dreadlocks en een glimlach van oor tot oor draagt vier ijsjes met zich mee, met nootjesdip en het ijs begint al te smelten en als ze bij de glazen deur van de winkel komt, lacht ze tegen een collega;”nu doe je de deur wel voor me open hè!”
Op het muurtje om het plein eet ik ook een ijsje, met pistache erdoorheen, het is heerlijk en naast me zitten een jongen en een meisje. De jongen heeft lang krullend haar dat als twee gordijnen om zijn gezicht valt, zijn kin steunt in zijn hand en hij praat langzaam. “Normaal heb ik rond deze tijd al een stuk of acht blowtjes op…” Het meisje knikt begripvol.
De straten vol mensen in zomerkledij, de hemel vol donkere wolkenmassa’s. Na het passen van korte broeken in een outdoorsportzaak - “nee echt, door dit materiaal kunnen muggen niet steken” - loop ik naar buiten en regent het zacht. En ik fiets naar huis, langzaam, met warme natte geuren overal om me heen.

Voorleesversie

vrijdag 19 juni 2009

Quote van de week

"Oeps! Ik ben m'n been kwijt."

Ook zo'n zinnetje dat je niet direct verwacht als je met iemand zit te kletsen.
Persoon in kwestie heeft een nog niet perfect aangepaste prothese, die los schoot toen hij zijn bureaustoel verplaatste. Vandaar. Maar het blijft een mooie opmerking.

zaterdag 13 juni 2009

Nieuwe hobby

'Heb al 3 sterren, 9 basisvormen, 15 kraanvogels en een klein beetje RSI'
- 'Hahaha! Doe je beetje rustig aan'

Mijntje stort zich op origami.